home | stats | gelinkt door | beheer | maak je eigen weblog aan! | Wil je mijn visitekaartje? punt.nl

 

Welkom
Life | 06 September 2007 | 06:44:00
 
     
Een meisje
  
Ze wacht

 Nee, denkt ze, ik wacht niet,

 Ik dans.

  
Ze danst

Ze danst met lange, ranke passen

langzaam en aandachtig

Ze houdt haar ogen dicht,

  
ze danst door deuren en door ramen
en door lange rankmoedige dagen -
hout, glas en uren vallen in splinters rond haar neer -
  
en telkens als ze niet meer kan
en bijna, bijna valt

denkt ze: ik?
ik val niet, ik dans.
  
  
Toon Tellegen
  
  
------------------------------------------------------------------------
 
 
 P.S. voor zowel mijn logjes als een zeldzaam zelfgeschreven gedicht heb ik auteursrecht. Als je ze voor wat voor doeleinden dan ook wilt gebruiken, vraag het dan even.

reacties 38 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 1745

Wil je mijn visitekaartje?

Ik leef nog - zo'n beetje
Life | 13 Mei 2012 | 15:09:58
Zondag 13 mei 2012
 
Lang niet geschreven. Ik kan het eigenlijk ook niet meer opbrengen. Ik ben moe en een beetje uitgevochten. Ik wil zo graag rust in mijn hoofd en rust vanbinnen. Ik wil niet meer eten en ik wil afvallen. Ik wil niet meer moeten leven. Ik wil niets meer hoeven. Het hoeft voor mij niet meer. Ik wil het niet meer.
Dat dus.
 
reacties 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 87


Evensneltussendoor
Life | 05 April 2012 | 11:35:09
5 april 2012
 
Toch nog een onderzoek gehad op Lyme, positief getest, binnenkort starten met een behandeling - een jaar lang wekelijks naar Zwolle op en neer - en ik krijg op mijn verzoek en in overleg met het team een time-out op de DT van zo'n twee tot drie maanden met blijvende gesprekken bij Noura en evt. mijn IPB'er, omdat het niet goed gaat. Hopelijk komt er in deze periode, met die behnadeling, een stukje verbetering in mijn gezondheid en kan ik over een paar maanden weer terug instromen op de groep.
Verder zit ik vooral aan mijn plafond en kan ik het allemaal even niet meer bolwerken en ben ik heel erg suï in mijn hoofd. Maar we gaan wel door. Of zoiets.
 
Dus.
 
reacties 23 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 742


Mailwisseling
DT trauma | 21 Maart 2012 | 13:57:15
Maandag 19 maart '12  
 
Ha Noura,
 
Ik ga even heel ongecensureerd - althans, ik probeer - eerlijk zijn. Ik moest het zeggen als ik het lastig ging vinden dat ik een kijkje in jouw leven heb gehad.. dus bij deze.
 
Allereerst, ik hoop dat je het nog hebt nagevraagd of ze mij hebben gezocht op het www. En zo ja, hebt gevraagd of ze niet meer willen lezen.
- tussen haakjes: mocht het de 'zo ja' zijn, ga jij dan vragen wat ze hebben gelezen? (voor mij hoeft het niet, maar of jij dat dan wilt weten vanuit jezelf, zeg maar. Gesnapt? -
 
En verder.. ik ben nog steeds blij dat je een eerlijk antwoord hebt gegeven op mijn vraag, ook al gaf je daarmee een stukje inkijk op je leven, omdat dit het enige oprechte antwoord was. Als je therapeutisch verantwoord geneuzel had opgehangen, had ik het denk ik niet helemaal met rust kunnen laten. Dan was de achterdocht gebleven. Meestal voel ik het wel aan als je niet het hele verhaal verteld omdat je iets om wat voor reden dan ook niet kan/mag/wilt zeggen, net zoals destijds met je cliënt / mijn oud huisgenootje. Ik merk alleen wel dat ik het ergens wel een beetje ingewikkeld vind om toch een stukje inkijk te hebben gehad op jouw leven. Niet zozeer inhoudelijk, want het doet me niet zo veel om te weten dat je op zondagavond the ultimate dance battle kijkt. Ik weet niet precies wat het is. Met je antwoord en een stukje openheid in waar het dan waarschijnlijk vandaan komt voelde ik me wel gelijkwaardig en serieus genomen. Je was daarmee ook eerlijk en oprecht in je antwoord. Dat voelde ik ook. Maar tegelijkertijd, dat je het thuis over me hebt gehad, mij hierover ook verteld dat je over mij iets met je vriend, zusje en nichtje deelt, doet iets waarvan ik niet zo goed weet wat ik ermee aan moet. Je wordt wat meer mens. En dat riep ik afgelopen week ook heel stoer 'je bent ook maar mens', 'het is je werk, dat hoort ook bij je leven'. Is ook zo. Ik sta nog steeds achter deze uitspraken. Maar, het roept toch wel iets op van 'soms denkt ze aan me' of 'ik doe blijkbaar iets waardoor ze het soms over me heeft', waar ik dan stiekem toch wel waarde aan hecht. En wat er tegelijkertijd van mezelf niet mag zijn - ik vind het eng. Moeilijk. Ingewikkeld. Blub. En ik weet het allemaal wel. Ik snap het allemaal wel. Natuurlijk heb je het wel eens over je cliënten, niet alleen over mij. Denk je wel eens aan iemand als je iets tegenkomt wat aan diegene doet denken. Of voel je soms een klik. Of weet ik veel wat. Maar door zo toch iets meer een kijkje in jouw leven te hebben gehad voelt het wat meer...
help.
Oké, ik zei: ongecensureerd, dus hier komt ie: het roept iets op van een soort hoop. Hoop dat ik belangrijk ben voor iemand. Dat iemand om me geeft. De hoop dat ik bijzonder of speciaal ben. De hoop dat iemand me leuk/lief/aardig/grappig/gezellig vindt. En, nou ja, dat dus. En dat gevoel/idee/gedachte wil ik niet, want therapeut-cliënt, therapie, kan niet, dus daar moeten we het maar eens even heel goed over gaan hebben. Zeker omdat jongvolwassenen blijkbaar raken en, nou ja. Uhm. Ik weet niet meer wat ik hier verder over moet zeggen. Ik vind het toch wel allemaal even heel erg lastig.
Maar, ik blijf er wel bij dat ik blij ben met je eerlijke antwoord. Dat had je niet anders kunnen/moeten/mogen doen. En dit is misschoen ook weer een goede leerschool voor me, om het hierover te hebben. Zeg maar.
 
Oei, lange mail. Sorry voor mogelijk wat warrigheid.
  
Oh ja, en ik krijg het altijd wel ge-wel-dig gefikst met mijn nieuwe huisgenootjes; nieuw huisgenootje nr. 1 - is inmiddels weer pleite, overigens - staat op wachtlijst voor de kliniek en nieuw huisgenootje 2 is vandaag aangekomen en blijkt een kennis van mijn broer te zijn. Bij ontmoeting 'goh, ben jij het zusje van?'. Ze heeft afgelopen zomer ook een maand bij zijn vriendin in huis gewoond.
Voor het gemak, al die connecties. Something like: hmmmm.
 
Groetjes,
Anybody
 
--------------------------------------------------------------------------------
 
Heb een beetje last van vorig mailtje. Ben bang. Beetje boel de neiging om nu een mailtje te sturen met in de titel AUB MAIL VAN ZATERDAGAVOND ONGELEZEN VERWIJDEREN!!!!!
We hebben het er woensdag wel over, want beetje het gevoel dat ik moet kiezen uit twee (hele) kwaden; ik wil het wegmaken; mag niet; kan niet; eng; wil ik niet. Maar doel was om dit soort dingen bespreekbaar te maken, zodat het niet uitgeleefd hoeft te worden. Maar dan moet ik het er dus laten zijn. En, nou ja, dat dus.
  
--------------------------------------------------------------------------------
 
het is oké Anybody, jezelf zijn, authentiek zijn is spannend maar goed. Er staat niets wat ik niet als mogelijkheid had bedacht/gezien.
Ga aub overal zo eerlijk verder, wel gedoseerd dat je het kan handelen uiteraard.
Tot woensdag.
  
--------------------------------------------------------------------------------  
 
Ik ben eigenlijk heel bang dat je me nu gaat afhouden, omdat ik dit nu heb gezegd. Dat je anders zal gaan doen om mij in te laten zien dat ik me niets in mijn hoofd moet halen. Dat je extra naar tegen me zal gaan doen of dat je heel erg boos op me gaat worden woensdag, als ik kom.
 
--------------------------------------------------------------------------------
 
ik blijf gewoon zoals je me kent; en dit is helemaal geen klus voor mij omdat ik altijd authentiek en eerlijk ben geweest.. Dus geen zorgen; ik kan trouwens niet anders doen; voelt dan alsof ik je zou manipuleren/bespelen en dan krijg ik last van me geweten.
 
--------------------------------------------------------------------------------
 
Ok...?
 
- ben beetje mijn kaders en veiligheid kwijt nu. Maar doen woensdag wel verder babbelen 'want mail veel te veel' -
 
--------------------------------------------------------------------------------
 
  
Ik geloof dat ik het allemaal toch wel iets ingewikkelder vind dan ik vorige week beweerde. Contact en veiligheid en zo. Afstand en nabijheid. Hoop en angst voor contact.
 
reacties 19 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 385


Paardrijden
Life | 21 Maart 2012 | 13:57:10
Vrijdag 16 maart '12
 
Lekker zonnetje, zonder zadel te paard, lekker het bos in. Ik was lichamelijk gezien een beetje ondersteboven, maar met mijn hoofd had ik het nodig. Dus ik zeg: doen!
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 28


Terugkoppeling
DT trauma | 19 Maart 2012 | 23:05:57
Donderdag 15 maart '12
 
Vorig behandelplan, 4 oktober 2011
 
Het is een turbulente fase geweest waarin er veel is gebeurd en veel ontregeling is geweest. Desondanks blijf je hard werken aan jezelf.
We snappen dat het zwaar is, je klachten en lijdensdruk toeneemt en snappen ook je twijfels over het wel of niet aangaan. Het zijn kleine stapjes die we nemen. We zien dat het je veel kost én we zien verandering.
 
Motto: je bent van harte welkom zoals je bent.
 
--------------------------------------------------------------------------------
  
Behandelplan, 14 maart 2012
  
Verpleegkundige observatie / sociotherapie
 
Somatiek
Een gewicht van net BMI 18,5 en regelmatig daaronder. Moeite met eten. Het eten doet ze als iets plichtmatigs. Probeert wel te eten conform een eetlijst en weet op zich wel wat gezonde voeding is. Fysieke conditie blijft een aandachtspunt. Erg mager. Gaat vaak te dun gekleed en gaat ook vaak te dun gekleed naar buiten toe, ook als het koud is.
 
Activiteit en rust
Het blijft zoeken naar een juiste balans tussen inspanning en ontspanning. Ze heeft veel rust nodig, ook tussen de therapietijden door. Ze heeft vaak het gevoel ‘van de ene top naar de andere te moeten springen’, zoals ze zelf omschrijft, waardoor ze naar haar gevoel ook te weinig aan rust toekomt. Dit geldt zowel voor hier als ook in de thuissituatie, waarin zij vaak ook de nodige afspraken heeft.
 
Sociale contacten
Haar sociale contacten blijven vrij beperkt. Contacten die er zijn, zijn voornamelijk hulpverleningscontacten. Contact met ouderlijk gezin is moeizaam. Keuze om uit huis weg te gaan is wel een goede keuze geweest. Veel ambivalente gevoelens naar ouders, moeder; boosheid, niet/wel willen loskomen. Haar huidig functioneren heeft ook functie binnen gezin van herkomst.
 
Afdeling
Op de afdeling houdt zij zich vrij afzijdig, gaat er nauwelijks een contact aan. Het zijn in dit gebouw valt haar tegen. Regelmatig komt voor dat zij in gedissocieerde toestand hier is. De ervaring wijst uit dat haar eigen tijd nemen om eruit te komen het beste werkt.
 
Sociogroep
Binnen de groep gaat het regelmatig moeizaam. Onheldere communicatie over wat haar rusttijden zijn. Snel een gevoel, maar ook effect, dat zij in een uitzonderingspositie zit, wat de integratie binnen de groep moeizaam maakt. Ze doet ook niet aan alle groepsonderdelen mee, dat is te vermoeiend, maar zet zich daarmee ook in een aparte positie in de groep.
Regelmatig komt het voor dat zij zorg oproept (afhankelijkheid) maar dat er ook een strijd om eigen autonomie plaatsvindt (wat zij regelmatig vertaald in haarzelf alleen zetten en / of alles alleen uitzoeken) met als effect dat zij dilemma’s oproept van wat te doen of juist niet te doen.
 
Veiligheid van bestaan
Dat is onvoldoende in orde. Haar fysieke conditie is slecht, ze kan weinig lang volhouden en de eetproblematiek blijft aanwezig, ondanks alle moeite die ze doet om wel te eten.
 
Levensbeschouwing / toekomstperspectief
Dat is vrij onzeker. De vraag is hoe lang zij nog behandeling nodig heeft en of dat te realiseren valt, ze maakt wel haar kleine stapjes, maar hoeveel kleine stapjes zijn nog nodig? Zij is nu bijna twee jaar in behandeling en de vraag kan gesteld worden wat de inschatting zal zijn hoeveel tijd zij nog nodig heeft en of dit dan ook kan. Hoever kan ze komen?
Dit maakt het perspectief momenteel onzeker.
 
Conclusie / voorstellen
Inschatting is dat behandelcontact nog langdurig zal zijn. Handhaven van gewicht van minimaal BMI 18,5 blijft wel voorwaarde. Stimuleren tot nog meer eten / gewichtstoename lijkt alleen maar averechts te werken, dus niet doen. Verdere uitbouw van programma lijkt momenteel ook niet haalbaar. Wel verder werken versterken van balans tussen inspanning en ontspanning. Thuisfunctioneren daarin ook blijven volgen. Bij dissociëren zoveel mogelijk haar zelf eruit laten komen; werken aan eigen autonomie. Werken aan verbeteren contact met de groep én milieu.
   
Gesprekstherapie
Er heeft een verschuiving plaatsgevonden als het gaat om betekenisgeving van dissociatie. Veel meer gekaderd in gedesorganiseerde hechting en separatie versus fusie (angst). Dit ook met Anybody zo besproken en genoemd dat gedragingen mbt dissociëren ook hiermee te maken hebben en dat deze zowel zorg als ergernis oproept (zonder dat ze dit wilt) en daarmee haar grootste angst (afgewezen worden) laat uitkomen. Na dit besproken te hebben, hebben we experimentjes bedacht om te kijken of haar rampscenario’s kloppen (allemaal over afwijzing) en heeft dit in de groep uitgeprobeerd (naast iemand zitten, bij KTB meedoen met bouwen van dorp), Ook is haar gelukt om minder fors te dissociëren in deze week. Vervolgens begon samen met gordelroos het flauwvallen. Hiermee werd in mijn ogen veel duidelijk; ze had moeite om het psychische component ervan te onderzoeken. Blijkt dat ouders (moeder) vooral gericht is op het medische en Anybody voelt zich klem zitten. Kiest ze voor ook het psychische component dan is haar angst dat ze (impliciet?) zal worden afgewezen. En als ze kiest om alleen maar medisch te kijken dan zullen wij minder voor haar kunnen betekenen. Ook komen dan meteen herinneringen naar boven toen ze als tiener had ‘gekozen’ voor psychologische hulp (en moeder dus afstand nam) en de teleurstelling die dat met zich meebracht (m.n. met hulpverlening die haar klachten niet serieus namen).
 
Groepstherapie
Haar deelname op de groep vind ik wisselend. Ze is twee keer de gehele sessie fysiek afwezig geweest en meerdere malen mentaal (met gedachtes ergens anders of geswitcht). Als ze er wel is doet ze op zeer constructieve wijze mee en stelt zeer zinvolle vragen (ook op theoretisch niveau) over de tekst.
Af en toe vind ik het als groepstherapeut op eieren lopen, omdat ik enerzijds autonomie en het nemen van eigen verantwoordelijkheden voorsta en haar anderzijds wil beschermen tegen reacties, die ze door haar handelen op kan roepen, van de groep.
Het is van belang erop te letten dat ze zaken die activiteiten in de groep bij haar oproepen in de groep deelt en niet, in plaats daarvan, meeneemt naar haar individuele behandelaar (zou lek betekenen).
 
Wat betreft het stukje ‘op eieren lopen’ heb ik aan de desbetreffende groepstherapeut nagevraagd wat ze hiermee precies bedoelde. Ze kwam terug op de situatie dat er vanuit de groep irritaties ontstonden jegens mij, omdat ik regelmatig niet op de groep was door mijn aangepast programma en doordat ik niet altijd meehielp met corvee. Het was van mijn kant een autonoom handelen, eigen verantwoordelijkheden nemen, om mijn fysieke grenzen te bewaken door sommige corveezaken niet te doen, maar doordat ik hier niets over deelde op de groep was er onduidelijkheid en ontstond er irritatie. Dit is een aantal weken zo opgelopen binnen de groep, waarbij zij als groepstherapeut wist wat de reden was van mijn regelmatige afwezigheid en me ook wilde beschermen tegen reacties, maar ook de irritatie binnen de groep moest reguleren. Ik nam weer mijn verantwoordelijkheid en autonomie door uiteindelijk een stuk uitleg voor te lezen op de groep, wat meer helderheid gaf over de reden van mijn afwezigheid.
  
Groeps-KTB
Mbt groepsopdracht waar ze verschillende keren aan gewerkt hebben heeft er een opbouw plaatsgevonden van geïsoleerd zijn en een buitenstaanderpositie innemen (‘ik hoor er niet bij want ik ben toch veel te lastig’), via een meer aangename plek maken en voorzichtig verbinding proberen te leggen naar anderen, naar betrokken zijn bij andere posities en bij het geheel – dat was mijn exposure opdracht van Noura.
In de individuele opdrachten lijkt ze vooral onderwerpen die bij behandelaar ter sprake komen te willen vormgeven op een verwijzende manier en het ook liever te willen bespreken daar. Het je uitlaten, inhoudelijk of emotioneel over je werk (‘je blootgeven in de groep’) is sowieso een thema wat momenteel speelt in de groep. Anybody kan zich snel door uitspraken of opmerkingen van groepsgenoten bekritiseerd voelen, wat ook weer als een trigger kan dienen voor allerlei reacties. Toch lijkt ze in die reacties zichzelf ook wel eens te kunnen sturen op een verkeerde manier en is het alsof ze er ook wel eens, gedragsmatig gezien, voordeel uit kan halen. Ze zou zich wellicht ook sommige reacties op triggers af kunnen leren door haar focus op andere zaken te richten en er niet voor te kiezen om in een angstreactie te gaan. Tenminste, zo beleef ik het en ik heb hierin wel een zekere overeenstemming met de PMT-therapeut.
Daarnaast speelt er wel het een en ander mbt ‘ruimte innemen’ of ‘zich laten overrulen. Dan wel zelf geen ruimte innemen, dan wel appèl doen op anderen om heel voorzichtig met haar en haar ruimte om te gaan.
 
Dit stuk was best pittig om te lezen. Hier heb ik het gister ook met Noura over gehad. Zeker over het stukje ‘toch lijkt ze zich in die reacties zichzelf ook wel eens te kunnen sturen op een verkeerde manier en is het alsof ze er ook wel eens, gedragsmatig gezien, voordeel uit kan halen’ Als ik het zo lees komt het over alsof ik het expres doe. Alsof ik alles wat lastig is bewust ontvlucht. Alsof ik het niet aan wil gaan.
Noura had hierin uitgelegd dat hij doelde op de keuzemomenten, waar ze het gister over heeft gehad. Ze gebruikte het voorbeeld dat ik vaak schrik en achteruit deins als ze met haar handen een onverwachte beweging maakt, maar dat ik me vaak ook snel weet te herstellen. Dat schrikmoment is zo’n keuzemoment. En dat dissociatie ook een soort ontsnappen is. Op zo’n moment gaat er onbewust een hele snelle ‘kan ik het aan’ of ‘kan ik het niet aan’. Als ik leer om die momenten, keuzemomenten, sneller te registreren kan ik hier op den duur ook beter op inspelen om erbij te blijven.
  
Groeps-PMT
Anybody heeft in de afgelopen periode zeven keer deelgenomen aan de groeps-PMT. De manier waarop Anybody deelneemt is erg wisselend. Op een aantal momenten is ze alert, betrokken en doet ze actief mee met de oefenvormen. In de afgelopen periode zijn er echter ook veel momenten geweest waarop de spanning te hoog was en ze dissocieerde. Dit leek vaak te gebeuren n.a.v. triggers (materialen of geluiden, boosheid / spanning in de groep). Haar ‘window of tolerance’ lijkt kleiner te zijn geworden, triggers lijken er nu sneller voor te zorgen dat ze dissocieert. Hier lijkt een leereffect in te zitten waarbij de vraag is of ze het ook op een gedragsmatige manier ‘af zou kunnen leren’?
 
Zelfde verhaal als bij KTB
  
Individuele PMT
Anybody heeft in de afgelopen periode tien keer deelgenomen aan individuele PMT. Het begin van deze periode stond in het teken van toegenomen klachten en haar twijfels over het wel of niet doorzetten van de behandeling. Ze ervoer vaak meer lichaamsspanning, het lukte niet om het contact twee weken vast te houden (dus weer naar 1x p.w. gegaan) en het werken met afmaken van bewegingen gaf vaak teveel spanning. Door te werken met een veilige plek, veilige materialen en afspraken op papier rondom bewegen is het gelukt om een aantal keren bewegingen af te maken zoals het voor haar op dat moment voelde. Het voelde prettig om in beweging te komen, om te rennen, maar dat gaf tegelijkertijd vanbinnen spanning. Een veilige plek voor de kleintjes  en duidelijke afspraken voor het bewegen bleek heel belangrijk te zijn. De laatste periode hebben we het afscheid voorbereid, wat moeilijk voor haar was. Dit leek onderliggend ook boosheid op te roepen en zorgde ervoor dat Anybody zelf minder (stevig) aanwezig kon zijn. Uiteindelijk hebben we op een goede manier afscheid genomen. Daarnaast de afspraak gemaakt dat ik wel mee blijf kijken en denken rondom haar lichamelijke klachten wanneer dat nodig mocht zijn.
  
--------------------------------------------------------------------------------
  
  
Oftewel, hier is geen eer meer aan te behalen. Ik ben hopeloos en gedoemd te mislukken? Ik vind het best heel lastig om dit zo allemaal te lezen. Het voelt alsof ik het allemaal verkeerd doe. Ik wil het zo graag anders en beter doen. Maar ik weet niet hoe.
  
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 28


Therapie week 11 – donderdag
DT trauma | 19 Maart 2012 | 22:06:25
Donderdag 15 maart '12
 
Bij KTB kregen we voor het eerst een hele gestructureerde oefenopdracht, die ik eigenlijk wel prettig vond. Eerst werd ons gevraagd om drie stoplichten te tekenen, waarna we deze moesten intekenen op wat we nu merken bij het lichaam, denken en voelen. Hiervoor moesten we eerst ook echt een moment nemen om te gaan bemerken wat er binnen jezelf is.
Vervolgens kregen we de opdracht om drie lichaamstekeningen te maken. Eentje zoals je nu voelt, eentje waarbij de spanning op zijn top is en eentje waarin je ontspannen bent. Hoe dat eruit zou zien. Voor mij voelde deze opdracht oud vertrouwd; zeker toen ik met Marleen bezig was met het voelen en ervaren van wat ik binnen mezelf ervaar, was dit een hulpmiddel die ik van Susan had gekregen waar ik veel aan heb gehad. Hoewel een aantal hier best even mee zaten te worstelen, voelde dit voor mij als een veilige vorm om in te werken.
 De laatste opdracht was om twee materialen te kiezen; eentje die fijn werkt en eentje die je lastig vindt. Ik koos een grijs potlood en een vetkrijtje. Die eerste vind ik prettig. De laatste vind ik lastig. Met het vetkrijt moest ik ook een beweging maken die spanning weergaf. Met het potlood, welke voor mij fijn voelt, moest ik een beweging tekenen wat prettig was. En daardoor ontdekte ik eigenlijk pas hoeveel invloed het maken van zo’n beweging kan hebben; bij het gekras met dat vetkrijt zette ik mijn lichaam ook echt op spanning, terwijl ik rustig rondjes aan het cirkelen was met mijn potlood en waarmee ik mijn armen ook wat meer kon loslaten.
  
Tijdens de lunch ging ik wat eerder weg om even een sprintje naar de DT te maken, om de teamstukjes van mijn behandelplan bij Noura op te halen. Ze was hem gister vergeten mee te geven. En aangezien het voor mij toch wel een beetje belangrijk was wilde ik hem toch graag nog even ophalen.
Blijkbaar had Noura vanmorgen nog gemaild dat ze me dan nog even kort wilde spreken om wat een paar teamstukjes nader toe te lichten omdat ik het anders misschien niet goed zou begrijpen en daarmee slecht het weekend in te gaan, maar die mail had ik gemist.
Het was wel fijn dat ze even de tijd had om me een paar stukjes te laten lezen en deze verder toe te lichten, want in eerste instantie begreep ik ze inderdaad niet. Zoals ik ze las voelde het alsof er stond dat ik niet mijn best deed. Dat ik het allemaal verkeerd doe. Dat ik het dissociëren expres laat gebeuren. Het voelde ook alsof het me allemaal nooit zal gaan lukken, toen ik dit zo las. Ik werd er zo verdrietig en hopeloos van. Ik wil wel. Echt. Maar in actie komt het er niet uit.
Noura benadrukte dat ik het kan zien als een bevestiging dat ik het allemaal niet goed doe, maar dat ik het kan ook benaderen vanuit een ‘ze zien nog mogelijkheden’. Want dat is het eigenlijk. Ze zien soms een soort keuzemoment in het dissociëren, waarbij ik nu vaak wegraak. Net zoals ze soms ineens met haar hand een bepaalde onverwachte beweging maakt waar ik van kan schrikken. Ze ziet me op zo’n moment achteruit deinzen, maar ik kan me vaak ook weer herstellen. En bij haar lukt dat herstellen vaak beter omdat ik me bij haar veiliger voel dan op de groep. Maar zo’n moment kun je zien als een soort keuzemoment waarbij je eruit kunt vliegen, of erbij blijft. Daarmee greep ze ook terug op hoe ze dissociatie gister uitlegde, dat het ook een soort ontsnappen is. In plaats van weg te raken kan ik ook leren om erbij te blijven en het aan te gaan. En dit is ook een keuzemoment: kies ik ervoor om te zeggen ‘zie je wel, ik doe het verkeerd’, of ga ik het benaderen met een ‘ze zien nog mogelijkheden tot verandering. Ze zien perspectief. Misschien kan ik het wel’.
  
Al met al vind ik het wel even pittig. Ik heb haar gehoord en ik begrijp de tekst, maar ik kan het nog even niet zo goed plaatsen en laten landen. Ik kon het eerst ook niet zo goed hanteren en dreigde een beetje weg te raken. Het voelt nog steeds alsof er wordt gezegd dat ik het allemaal expres doe. Zoals ik het lees voelt het ook heel laf zoals ik met dingen omga. In plaats van kritiek aan te gaan ‘ontsnap’ ik aan de kritiek door te dissociëren. Of in plaats van de dingen vanbinnen aan te gaan, angst te voelen, boosheid, verlangen naar hechting, ontsnap ik eraan en wordt het uitgeleefd door delen. En ik zou zo graag anders willen. Ik wil het zelf kunnen. Daarin stelde ik Noura ook de vraag ‘hoe moet dat dan. Als ik boosheid voel, hoe moet ik daar dan als mezelf mee omgaan?’. Ik heb de afgelopen twee weken, na de strenge toespraak van Noura richting binnen, dat ze niet voortdurend als niet-Anybody op de kliniek mogen rondlopen, heel erg mijn best gedaan om er zo veel mogelijk bij te blijven. Maar het voelt tegelijkertijd soms zo godsonmogelijk. Dan voel ik paniek, doe ik mijn best om er toch bij te blijven, maar weet ik verder niet wat ik ermee moet. Ik kan er geen kant mee op. Ik word er ook heel destructief en suïcidaal van. En met het bijblijven op de kliniek komt de rekening vaak nog achteraf. Daarin zei Noura dat ik dat kan vragen bij mijn groepsgenoten, bij Marleen, bij de KTB-therapeut – die ik nog geen nickname heb gegeven.
Maar zoals Noura ook zei “het wordt pittig Anybody. Het zal heel pittig voor je worden”.
  
Omdat ik niet had ingepland om Noura nog uitgebreid over het behandelplan te spreken, liep de rest van mijn rooster een beetje in de soep. Ik was om kwart voor één snel even op de DT zodat ik met een sprintje op de fiets om één uur teug kon zijn voor de spits, maar uiteindelijk heb ik een half uur bij Noura gezeten en was het al kwart over één eer we hadden afgerond. Zegt Noura om tien over één nog heel droog ‘had je eigenlijk nog verplichtingen?’.
Nou, ja, ik had tien minuten geleden bij de spits moeten zitten.. Maar dat had niet zo veel zin meer.
  
Ik was tijdens de lunch zo halsoverdekop van tafel gerend dat ik nog terug moest naar de kliniek om mijn jas op te halen – het is zalig weer! Lekker zonder jas fietsen – en een afspraak met de Socio te maken, die ik in de wandelgangen had achtergelaten met een ‘heb haast, ben zo terug!’. Noura moest ook richting de kliniek omdat ze groep had, dus ben ik even met haar mee geloopfietst – zij liep, ik fietste. We hadden het even over mijn hond en hoe het gaat op de boerderij – die daar helemaal happy is – en haar hond. Haar hond is koning te rijk en vooral niet opgevoed, vertelde ze me toen al lachend. Toen ik het zo over mijn hond had concludeerde ze dat ik wel heel erg van dieren houd, wat ook wel zo is. Toen zei ze dat ze eigenlijk helemaal niet zo’n dierenmens is, maar dat ze nu toch niet meer zou kunnen indenken als die er niet meer zou zijn. Ze vertelde ook dat haar hond altijd voor het raam staat te kijken als ze weggaat, net zoals mijn hond ook vaak doet. Ze biechtte zelfs op dat ze haar hond vrijdag even had meegenomen naar de DT omdat ze nog wat dingen moest doen en dat hij daar ook gewoon op de bank heeft gelegen. Dus mondje dicht naar de schoonmaakster.
Eigenlijk was het wel gezellig om zo even samen op te lopen.
 
Met mijn IPB’er heb ik nog even een afspraak voor volgende week gemaakt en daarna moest ik nog even nachecken of ze me als ongeoorloofd hadden gezet bij de spits ‘is geoorloofd, want Noura’s schuld’ – die hartelijk in de lach schoot toen ze mijn excuus ergens in de verte nog vanaf het Sociokantoor door de wandelgang hoorde. Een Socio en een stagiaire zaten buiten in het zonnetje – wat een zwaar werk, uhum – dus die schoot ik even aan om te vragen hoe het zat met mijn wel of niet geoorloofd afwezig zijn. Bleek dat ze me gewoon als aanwezig hadden opgeschreven, dus ik had er niks over moeten zeggen. Geen slapende honden wakker maken, zeg maar. Uiteindelijk was het wel lekker daar buiten in het zonnetje en hadden ze het over dans, dus was ik nog even blijven hangen. Op deze manier kon ik de terugkoppeling wel een beetje van me afzetten en toch nog goed naar huis.
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 34


Behandeldate - Gesprek
DT trauma | 19 Maart 2012 | 21:43:31
Woensdag 14 maart '12  
 
Eerst greep Noura terug naar haar mailtje over afstand-nabijheid. Hoe ik dat niet wil voelen en hoe dat dan uitgeleefd wordt in dissociatieve toestand. Hoe dat enerzijds heel veel zorg kan oproepen, maar dat te veel zorg bij anderen, maar ook bij mij, boosheid kan oproepen. En ik heb daar weinig contact mee.
Noura had nagedacht over wat er nu gebeurt. Want wat er gebeurt, is dat ik van alles voel in contact, maar dat ik dat eigenlijk niet wil voelen. Of wat ik eng vindt. En wat ze delen noemen, kanten, zijn eigenlijk emoties die zijn opgeslagen in fantasiefiguren. Zo moet ik het zien. Omdat ze destijds geen kader hadden, of te weinig gespiegeld zijn, om te weten dat het alleen maar een emotie is. Het moest zo zijn omdat het niet anders kon om te reguleren. En dat zijn dingen die voor mij, als kind, toen de externe realiteit omtrent dat gevoel of de gebeurtenis, dat was zo heftig dat het buiten mijn bewustzijn moest blijven. Dat wordt dan opgeslagen in delen. Maar dat wil niet zeggen dat al die gevoelens en situaties dan weg zijn. Helemaal niet. Ze worden geactiveerd in contact. Zowel het gevoel dat ik haar kan schieten – bijvoorbeeld – als misschien wel het gevoel ‘ik zou zo graag willen vertellen’. Maar dat was voor mij toen niet haalbaar, dus moest het uit mijn beleving blijven om door te kunnen gaan. Dat is ook de menselijke drive. We gaan maar door en door. ‘Oh ja’, denk je soms ‘ik had verdriet’. En dan hup, weer door. Alleen bij mij komt dat ‘oh ja’ niet, omdat het heel lang heeft geduurd. Dat die emoties moeilijk waren. Dat hoeft niet de situatie alleen, maar wel dat die emoties heel moeilijk waren. Maar nu zit ik hier en wordt dat allemaal geactiveerd. En ik vind dat niet zo fijn dus ik wil daar eigenlijk niet zo veel mee. De enige mogelijkheid is dat het dan in dissociatieve toestand naar voren komt.
Het is vaak een heel mechanisme. Ze weten ook, mensen die vaak zijn teleurgesteld in contact hebben de behoefte, maar ze hebben ook altijd een tegenwicht die zegt ‘ja daag, ik ken het’. Altijd. Dat is gewoon een standaard regel. Dus op het moment dat ik troost of contact zoek, zal er altijd een kant zijn die het kapot wil maken. Die de relatie kapot wil maken. Dus het deel dat troost zoekt, die contact zoekt, zorgt ervoor dat iemand zorg geeft. Of dat iemand bezorgd over me is. Maar de andere kant, het wantrouwen, niet delen, afschuiven, of toen met Marleen, dat ik boos op haar was zonder dat ik het wist, zorgt voor enorme ambivalentie. Dat maakt het heel moeilijk in contact. Voor mij, want ik denk ‘waarom reageren mensen zo. Ik snap het niet’. En anderen vinden me waarschijnlijk ongrijpbaar. Zo is het cirkeltje rond. Ze heeft me dit toen ook even gemaild omdat ze dacht ‘ik zie je nog even niet, maar ik wil wel dat je dit alvast weet’. Ze heeft me in die week ook gevolgd in de rapportages en ze zag dat ik veel meer bij elkaar heb gehouden. Althans, op de DT. En ze weet ook dat het niet makkelijk was. Dat ik heb meegedaan met de KTB en noem maar op. Dat ik exposure oefeningen heb gedaan – wat Noura overigens grappig vond om terug te lezen in de rapportages, want de peut in kwestie wist niets van mijn door Noura opgelegde uitdaging.
Toen begon het flauwvallen. Na een week. Met gordelroos. En ze weet niet waar het aan ligt. Het kan ook zijn door tekorten in mijn cellen. Met weinig weerstand, dat dat nu nog minder is. Ik heb natuurlijk veel stress, daarom vindt ze dat we die lijn ook nog steeds moeten volgen. En haar vraag aan mij was of we ook deze kant zullen kijken. Want ik heb me een week zo moeten begrenzen in alles. Ik heb alles moeten voelen. Een verplaatsing zou in die zin niet gek zijn, in haar beleving. Maar het hoeft niet, en dat wilde ze nogmaals duidelijk noemen. Maar wat er eigenlijk gebeurde is dat ik dacht ‘wil ik dat wel’. Daaropvolgend kwamen al mijn gedachten een beetje terug. Dat ik zei ‘ik moet denken aan de hulpverlening die me zo liet liggen’, maar ook ‘maar dan ben ik toch geen goede dochter, want moeder is op de medische tour’. En toen kwamen we er ook weer op uit dat het om mij gaat. Dat ik een beslissing moet maken. Maar dat ik zei ‘het is eigenlijk niet echt mijn beslissing. Zo lijkt het wel, maar als ik de één kies haakt de ander af. Dus het is niet een echt besluit’. En zo zijn we eigenlijk geëindigd, met het idee ‘laten we het hier verder over hebben’. Vandaar ook mijn motto.
  
“maar Anybody, het zal heel pittig voor je worden. Dit bespreken. Woorden geven aan wat jij denkt over jezelf. Over je ziek zijn. Over anderen, in combinatie met je ziek zijn. Over je wensen. Je angsten. Je verlangens. En daar zullen we binnen ook voor nodig hebben, omdat het ook daar opgeslagen is. Op een gegeven moment zei je ‘ik zit klem’, waarop ik vroeg ‘waarin?’. Toen zei je ‘ik weet het niet, maar ik voel dat ik klem zit’. Dat noemde je vorige week ook
Als ik een Freudiaanse analityci zou zijn, zou ik zeggen dat het flauwvallen ook letterlijk gaat over niet op eigen benen staan. Geen keus maken
En ik zei als ik een Freudiaance analytica zou zijn”.
“gelukkig ben je dat niet, anders was ik geen seconde langer gebleven”.
“hoezo niet? Heb je het gevoel dat ik denk dat je het expres doet?”.
“het voelt als een uiting van zwakte als je niet op je eigen benen kunt staan”.
“het is een uiting van onverdraaglijke emoties”.
“ik vind het zwak als je neervalt”.
“ik denk ‘wat moet dat heftig zijn, als dit gebeurt’. Dat meen ik echt.
Daarnaast vind ik ook dat ik het recht heb om als allochtoon – want allochtonen somatiseren altijd –
Weet je dat niet?”.
“dat wist ik niet”.
“die somatiseren altijd. Daar staan ze bekend om. Ik heb medisch ook een aandoening, maar met stress wordt het ook erger. Dus ik vind dat ik het ook mag zeggen. En ik bedoel het beeldend. Ik bedoel het niet naar. Ik bedoel het in symboliek. In symboliek zou het kunnen passen”.
“ik vind het trouwens heel naar als je jezelf allochtoon noemt. Dat vind ik echt heel rot klinken”.
“ja? Ik heb er geen oordeel over, dus voor mij” –
“ik vind dat heel naar klinken”.
“echt waar? Hoezo?”.
“allochtoon heeft zo’n negatieve bijklank. Dan denk ik ‘maar je hoort er toch gewoon bij?’. Je bent zo Nederlands als wat”.
“de laatste tijd heeft het een beetje een negatieve bijklank gekregen. Dat klopt”.
“ja, maar ik vind, het klinkt heel naar. Dat doet toch helemaal geen recht aan wie je bent?”.
“zo ervaar ik het niet. Allochtoon, autochtoon, negatief.
 Ik kreeg ooit een brief met ‘beste nieuwe Nederlander’. En toen dacht ik ‘nou, ben je helemaal gek geworden!”, lacht Noura.
“waarom dat?”.
“dan willen ze niet het woord buitenlander of allochtoon gebruiken, dus zijn ze op zoek naar nieuwe woorden”.
“dat slaat ook nergens op”.
“daarom dacht ik ‘ben je helemaal gek geworden!’.
Maar heb ik het helder verteld? Wil je hier nog op terugkomen of iets zeggen?”.
“ik denk dat ik het gesprek eerst even moet terugluisteren. Maar ik vind het allemaal wel een beetje ingewikkeld, geloof ik”.
“hoe bedoel je? Of welk stukje? Dat is misschien een betere vraag”.
“vooral nog over het behandelplan, eigenlijk”.
“over je doelen die we hebben gesteld? Met name dat ene, het ontdekken?”.
“ja, maar ook die dingen op de groep. Met dat delen op de groep en zo”.
“maar waarom wil je dat persé niet?”.
“het is meer een soort angst. Het is niet persé  ‘ik wil het niet”.
“maar je kunt toch aan die angst werken? En het moet ook jouw keuze zijn. Ik voorspel je, we gaan geen makkelijk pad op”.
“hmm, dat was het al anderhalf jaar niet”.
“nee, precies. En met name ook dat stuk wat wij heel erg intensief moeten doen, dat klem zitten. Daar zit heel veel pijn. Daar zit heel veel boosheid en verdriet bij jou, denk ik”.
"daar ben ik ook bang voor”.
“we hebben ook gezegd ‘het wordt pittig’. Het is ook een beetje, daarom is het ook exploreren de komende behandelperiode, want het moet uiteindelijk jouw keuze zijn.
Ik merk dat ik ook heel erg alert ben dat ik niet de belichaming word voor jou. Weer iemand die iets van jou wilt. Weer iemand waaraan jij je moet aanpassen. Naar de zin moet maken”.
“dat vind ik wel makkelijker, als ik weet wat ik moet doen”.
“maar dan ben je niet authentiek”.
“nee, maar dan weet ik wel wat ik moet doen”.
“maar ben je daar gelukkig mee? Je hebt heel veel gedaan wat je moeder wilt. Wat je vader wilt. Wat de artsen willen. En daar kun je ook voor kiezen. Je kunt ook kiezen om niet deze weg te gaan. Daar heb ik oprecht geen oordeel over. Maar wat ik probeer te zeggen is dat deze fase voor jou heel centraal staat dat je gaat begrijpen en voelen wat het is, wat er is, en dan de keus gaat maken. En ook niet persé in deze behandelperiode ‘tsjakka, nu kiezen’. Zo gaat het ook niet”.
“oké”.
“het zal denk ik zo veel ambivalentie meebrengen, binnen jezelf, als ik zo een beetje naar de toekomst kijk, dat je zelfs momenten kan hebben dat je overweegt om terug te gaan naar je moeder. Om daar weer te gaan wonen”.
“waarom dan?”.
“uit schuld. Zelfverwijt. Angst. En ik zeg dit zo openlijk mogelijk omdat ik wil dat jij ook vooruit kijkt. Zodat je weet wat het pad is. En eigenlijk, die loyaliteit, als het hierom gaat, dat zijn eigenlijk ook dingen die je heel goed in de groep kunt bespreken. Daar heb je mensen die je verleden niet goed kennen. Die jou alleen kennen van wat jij hebt laten zien. Dat is een wat onafhankelijker klankbord”.
“dat vraag ik me af, want iedereen die bij ons op de groep zit, zit daar niet voor niets. Iedereen heeft zijn rugzakje”.
“maar dat wil niet zeggen dat ze het niet uit elkaar kunnen houden. Niet iedereen vervloeit met zijn eigen verleden. Dat doe jij ook niet als jij iemand feedback geeft. En de mensen die ik in jouw groep ken kunnen dat ook wel scheiden. En dit is ook echt iets, bij mij ga je ook allemaal gevoelens krijgen als we het over deze onderwerpen hebben. Ik sta symbool voor jou voor een keuze. Dat ben ik niet, maar ik sta wel symbool. Dan is zo’n groep hartstikke handig. Dus denk er oprecht over na. Bereid het voor. Lees het desnoods op”.
“oké”.
“en interne communicatie. Dat moet ook veel meer hier in de kamer”.
“dat doen we toch al?”.
“nee, precies, maar ook gelinkt aan dit onderwerp. Ook over de angsten. Als je iets over jezelf verteld, dat je dan denkt dat je kapot wordt gemaakt. Dat zeg je altijd. Dat we gaan proberen om samen te begrijpen wat je dan bedoeld met kapot maken. Wat het dan is. Hoe dat eruit zou zien. Want dat is vaak de reden wat je binnenwereld aan mij zegt als we het hebben over dingen delen”.
“heb ik dat gezegd dan?”.
“ja”.
“hmm”.
“dissociëren is ook ontsnappen. Eigenlijk is dissociëren ook echt een soort ontsnapping. Iets wat je niet wilt zien, wilt voelen of wilt geloven. En soms, ook net toen je schrok van mijn hand, toen was er even een moment en toen kon je je herpakken. Dat moment is een onbewust keuzemoment: kan ik het aan of kan ik het niet aan”.
“ik doe zo veel mogelijk mijn best om erbij te blijven. Maar eigenlijk is dat best heel ingewikkeld, want dan komt er zo veel op je af. En vaak komt thuis de klap alsnog. En ik word er ook heel destructief van”.
“daarom moet je ook voor-overleg houden. Na-overleg. Daarom is die communicatie zo belangrijk. Dat verminderd echt veel meer, als je weet wat de verboden zijn, wat de angsten zijn, en hoe je dat kan doen. En je zal van alles gaan voelen in de pure geconcentreerdheid, omdat het is opgedeeld. Dus de woede zal extreem voelen. Verdriet zal extreem voelen. De angst zal extreem voelen”.
“hmm”.
   
“had je nog andere vragen wat betreft het behandelplan? Of gaan we door met die andere punten van je mail. We hadden twee punten”.
“ja. Van die vrouw, toch?
“ja, maar ook die andere”.
“ik was weer eens achterdochtig. Bedoel je die?”.
“achterdochtig, niet echt. Ik schrok. Ik dacht ‘oh god, zouden ze dat hebben gedaan?’. Eerst had ik zoiets van ‘he, hoe kan dat?’. En toen, ik vond te zo ingewikkeld om jou een kijkje te geven in mijn leven”.
“waarom ik achterdochtig was kwam omdat er was gezocht op de combinatie ‘noura’, ‘disnao’, ‘blog’ en ‘therapie’. Ik dacht ‘iemand die mij gaat opzoeken zal niet jouw nickname gebruiken’. Dat vond ik typisch. En disnao was geschreven als dis nao, net zoals jij me toen zo in de war had gemaakt met die i. En naja, ‘blog’ en ‘therapie’ in combinatie hiermee gaf achterdocht. Maar tegelijkertijd kon ik me ook niet voorstellen dat je dat zou doen”.
“en hoe vind je het dat ik wel over je heb gepraat? Want dat is natuurlijk wel wat er is. Want over dat dansen, dat ik zei ‘ik heb iemand die heel goed kan dansen’. Hoe is dat dan?”.
“ik denk, dubbel. Op zich hoort dat erbij. Maar toch. Toen je terugkwam van vakantie zei je ‘ik heb nog aan je gedacht’. Met die dansvoorstelling. Dat vond ik heel ingewikkeld. Ik kon het niet plaatsen; ‘therapeut’, ‘vakantie’, ‘denkt aan cliënt’, ‘kan toch niet?!’. Ik kon dat niet zo goed matchen. Maar ik denk dat ik vooral door Susan ook heb geleerd dat een therapeut ook gewoon maar mens is. En het is ook gewoon maar je werk. Dus ik denk dat ik daar nu niet zo heel veel moeite mee heb”.
“daarbij heb je natuurlijk wel twee andere aspecten. Want ik zeg altijd ‘ik heb iemand in behandeling die waarschijnlijk heel goed kan dansen’. En dat is op zich niet zo spraakmakend. Dat is net zoals ik zeg dat je heel goed kunt tekenen, bij wijze van. Maar wat er wel was, en dat vond ik zo lastig, want ik dacht ‘wat moet ik nu vertellen en wat niet, anders moet ik zo geheimzinnig doen’. Want jongvolwassenen raken mij heel erg. En dat maakt natuurlijk ook dat je niet alleen maar zegt ‘ik heb iemand in behandeling die heel goed kan dansen’, maar dat je zegt ‘ach, ze is nog maar zo oud en ze is óók nog heel creatief!’. Dat maakt dat je er een emotionele lading bij krijgt. En het maakt ook nieuwsgierig, natuurlijk”.
“hmm”.
“en je had gewoon pech met dat licht”.
“dat wist ik niet. Ik kan helemaal geen Turks of Arabisch”.
“nee, ik kan ook geen Arabisch, maar dit was dus Arabisch en dat andere was ook een synoniem. Dus het was ook een beetje om de keet, zoals dat onderling gaat. En het was natuurlijk heel makkelijk, want je was heel erg in beeld. Want je danst, je noemt mij ook lamp – bij wijze van
Wil je dat ik het vraag dit weekend?”.
“dat zou ik wel fijn vinden”.
“en wil je ook dat ik vraag of ze dat niet willen lezen?”
“ik heb liever niet dat ze verder lezen”.
“daarom vraag ik het. En dit is blijkbaar ook wel een beetje naïef van mij geweest”.
“verder is het op zich ook niet een heel groot probleem. Het is meer het weten. Of er door jou of iemand uit jouw privékringen wordt gelezen, ja of nee. En als ik niet wil dat iemand het leest dan kan ik daar ook andere keuzes in maken”.
“natuurlijk, maar mijn zusje of nichtje hoeft dat niet te lezen. En daar moet ik wel oprecht mijn excuses voor aanbieden. Dat ik niet heb kunnen bedenken dat zij dat zouden kunnen gaan bekijken. Ook wel omdat een van de twee dus heeft gevraagd ‘ben je dan niet benieuwd?’. Dat ik dacht ‘ik zie toch wat ze van me vindt. Of voelt. Waar heb ik dat voor nodig?’. Daar de vraag ‘ben je dan niet benieuwd’, daar had ik misschien wel iets alerter op moeten zijn. En ik wil best verantwoordelijkheid nemen voor mijn daden. Er is een lek geweest, blijkbaar. Ik weet het niet, maar ik ga het wel vragen. Ik zie ze toch dit weekend”.
“dat zou ik wel fijn vinden. Maar verder is het ook geen big deal. Want ik denk, uiteindelijk ben je allemaal gewoon mens. Een vriendinnetje van me heeft SPH gedaan en heeft tijdens haar stage met een groep jongeren gewerkt. Daar had ze het dan ook wel eens over. Het hoort ook gewoon bij je leven. Zo ben ik dan ook wel weer”.
“nu ben je even voor mij aan het rationaliseren”.
Ik schiet in de lach “nee, maar, snap je?”.
“ik zie ook wel dat het het eind van de wereld niet is. Maar ik had het liever niet gehad”.
“ik ben wel blij dat je dit wel heb verteld. Dit was wel het enige eerlijke antwoord. Als hij heel therapeutisch verantwoord geblaat had opgehangen dan had ik daar denk ik toch geen geloof in”.
“je zegt het wel als je er last van krijgt? Als je er te veel gedachtes of ideeën bij krijgt?”.
“sorry?”.
“over mijn leven. Dat je inkijk hebt gehad. Hoe dat voor je is. Als je het lastig gaat vinden, kun je dat dan noemen in de toekomst?”.
“ligt eraan hoeveel last ik ervan krijg. Als ik het heel ingewikkeld ga vinden noem ik het uiteindelijk wel, denk ik. Dat heb ik uiteindelijk bij Susan ook gedaan, toen met die zoon en de brand”.
“het helpt wel heel erg om het niet heel ingewikkeld te maken…”.
 
We hebben het nog even gehad over mijn andere punt, over de vrouw van het huis. Noura vroeg me voor wiens gevoel dit idee was. Maar dit keer kwam het vanuit mezelf. Zij heeft het daar ook niet meer over gehad. Het gevoel hierbij is ook anders dan bij mijn moeder. Bij haar heb ik het altijd afgehouden. Dat zou ik ook nog steeds niet willen.
Noura vraagt me waarom ik zou willen dat ze komt, maar hoewel ik die vraag had verwacht, kon ik hier eigenlijk niet echt antwoord op geven. Het idee ontstond eigenlijk afgelopen vrijdag, toen ik er zo doorheen zat en ik met haar een gesprekje had. Dat ik dacht dat het misschien toch goed is als ze een keer meegaat. Niet als moedertype, maar vanuit de rol van begeleiding. Al weet ik eigenlijk niet zo goed wat ik ermee wil bereiken, waarop Noura me vraagt om er nog eens goed over na te denken en het er dan nog eens over te hebben, zodat we het dan helder hebben. Want ze dacht dat hier ook een behoefte van mij onder zit. Alsof ik even iemand naast me zou willen. Misschien ook omdat het de laatste tijd allemaal wel heel veel is. 
 Ik vond het wel lastig dat ze dit noemde. Zeker toen Noura hieraan toevoegde dat ik dit waarschijnlijk mis. En dat het ook heel logisch is. Zeker nu, in de fase waarin ik nu zit.
  
We hadden het nog even over het contact met de huisarts, afgelopen maandag. Ik vroeg Noura wat ze ongeveer heeft gezegd en hoe de huisarts hierop reageerde. Zeker omdat ik mijn huisarts nooit heel expliciet over binnen heb verteld. Alleen dissociatie. Maar hij leek het goed te begrijpen, vond Noura.
In mijn doorvraagmethode merkte Noura wel dat het iets deed, waarop ze me vroeg hoe ik het vind dat ze het hierover heeft gehad. Wat dubbel is. Misschien is het niet reëel, maar dan komt er toch een stuk angst dat hij straks ineens toch weer de andere kant op gaat denken, alles psychisch gaat benaderen en dat ik weer in zo’n terug-bij-af-situatie terechtkom.
  
“en Anybody, het is niet, noch de medische wereld, noch de psychische wereld zijn jouw vijanden. Allebei hebben ze uiteindelijk hetzelfde doel voor jou. En ik snap het met jouw verleden en hoe het bij jou vanbinnen werkt. Dat dat anders is”.
“eigenlijk voelen ze altijd als vijanden”.
“dat maakt dus ook dat je onmogelijk klem zat. Dat maakt eigenlijk dat je bijna niet beter kan worden, omdat het allebei als vijand is. En daarom moeten we het hier zo goed over hebben. Want als je het allebei als vijand hebt, heb je geen andere keus. En dat bedoel ik met opgegeten worden. Allebei de kanten hebben dit gedaan. En allebei de kanten hebben getrokken als het ware. Beide armen een andere kant op. Het enige wat jij hebt gehad is je lijf. Als je kind bent, dan doe je dat. JE gaat naar wie het hardst trekt. Of wie het meest macht heeft”.
“daarom werd ik ook klemgezet, want van de hulpverlening moest ik het ene en van mijn ouders het ander”.
“precies, en als kind had jij nooit die keuze moeten maken. Dat had nooit gemogen, in mijn beleving”.
“toen ik zestien was zeiden ze ook tegen me dat ik zestien ben en patiëntenrecht heb, dus dat mijn ouders niks mogen zeggen. Ik moest zelf uitleggen wat ik niet kon en waarom dan niet. Hulp vragen en bewijzen dat ik die hulp nodig had. Mezelf verdedigen tegen de artsen en verpleegkundigen op de afdeling”.
“ja, en ik denk echt, beide kanten hebben echt steken laten vallen. Dat kan niet als je zo kwetsbaar bent. Op zo’n leeftijd kon het niet. En nu ga je het meer voelen. Daarom is het zo’n cruciaal moment. Daarom is het zo belangrijk. Het maakt niet uit wat je kiest. Waar je voor wilt gaan. Maar nu moet je zorgen dat niemand aan die armen trekt. Dat jij je armen strak langs je lichaam houdt en binnen jezelf daar een weg in kunt vinden”.
“maar dit vind ik wel heel ingewikkeld”.
“dat is het ook”.
  
Ineens vraagt Noura me hoe mijn leven eruit zou zien ‘later, als ik groot ben’. Stel, ik zou minder tijd kwijt zijn en ik zou fysiek meer aankunnen. Hoe zou mijn leven eruit zien? Waar zou ik wonen? Wat zou ik doen? Hoe zou mijn contact met anderen zijn? Zou ik een partner hebben? Zou ik reizen? Zou ik een bijbaan hebben?
Sommige dingen wist ik heel goed. Ik wil studeren, werken. Het liefst iets met dans. Ik zou in een klein, gezellig stadje willen wonen met een mooie omgeving. Ik wil paardrijden, snowboarden en mijn motorrijbewijs halen. Als bijbaantje tijdens mijn studie zou ik wel in de horeca willen werken. Gewoon even iets lekker normaals. Maar hoe mijn contact met andere mensen zou zijn wist ik eigenlijk niet. Daar hield de verbeelding een beetje op. Ik hoop gewoon dat ik dan niet meer zo bang ben voor mensen. Dat ik gewoon gezellig bij iemand langs kan gaan en dat ik gewoon mee kan praten over de normale dingen.
Op de vraag hoe het contact met mijn ouders zou zijn moest ik even nadenken. Ik hoop dat het oké zal zijn. Dat het gewoon gezellig is als ik even langskom. Maar ook dat ik gewoon langs mag komen zoals ik ben. En dat het niet alleen maar gaat over ziek zijn of over dingen die ik niet goed doe of anders zou moeten doen. Dat ik gewoon echt mijn eigen leven heb.
En hoe zou dat voor mijn vader zijn, als ik echt mijn eigen leven heb?
 Hij doet zijn ding wel. Voor mijn moeder zal dat moeilijker zijn, denk ik. Ik weet ook niet hoe haar leven er dan uit zou zien. Ik hoop gewoon dat ze eindelijk eens wat voor zichzelf gaat doen.
Noura vraagt me of dat hopen realistisch is, maar ik wist het niet. Ik vraag me af of mijn moeder ooit zal veranderen.
  
“en zo moet je eigenlijk bij jezelf exploreren wat het voor jou zou betekenen. Verandering. Want daar hebben we het over. Dat is ook je angst. Je verteld heel leuk over wat je wilt doen, maar bij het contact haal je heel diep adem en dan stopt het even. Dan begin je ook wat haperend te vertellen. Dan hebben we het over je vader, dat gaat best wel makkelijk en met een glimlach. En bij je moeder stopt het weer even. Dat zijn de pijnpunten. Jij moet dat bij jezelf gaan voelen. Vooral voelen als je erover nadenkt. Fantaseert. En dan kun je acht scenario’s naast elkaar maken. Dat is prima. Voel maar wat elke scenario met je doet.
Zullen we kijken of we deze komende periode met onze ogen open, met alle kanten in jou, kunnen kijken, om van daaruit helderder te kunnen kijken. Helderder te kunnen voelen? En dan kun je kijken wat bij je past”.
“ik had eigenlijk in mijn behandelplan nog een stukje geschreven, maar die heb ik er uiteindelijk uitgehaald. Dat ging eigenlijk over de verhuizing vanuit mijn ouderlijk huis naar de leefgroep. Dat het op zich wel goed is, maar dat het ook conflicten met zich meebrengt. Want voor wie moet je het dan nog goed doen? Wie is er dan nog die van je verwacht dat je het een of het ander doet? Dus ik vond het eigenlijk wel typisch dat jullie terugkoppeling hier zo over gaat”.
“je zegt eigenlijk, aanpassing is de prijs om het contact, de relatie te houden. En dat heb je zo moeten leren. Blijkbaar heb je dat als overleving gehad. Besef ook wat het betekent. Dat is wat je hebt betaald. Dat aanpassing nodig is voor een bang betekent dat je heel vaak niet authentiek kunt zijn. Dat je bijna vergeet wat er overblijft”.
“dan lijk ik wel een leeg omhulsel”.
“hij is niet leeg. Ik kan me voorstellen dat het leeg voelt. Dat kan ik me echt voorstellen. Maar ik voel heel veel in contact met jou. Als het echt leeg was, had ik ook leegte gevoeld. En dat voel ik niet. En ik voel niet alleen maar de leuke dingen. Ik voel ook wel eens verdriet. En ook wel eens boosheid. Dat zijn dingen waardoor ik bij jou voel dat het niet leeg is.
Maar het is best wel groot dat je dit hebt geleerd. Dat je een band alleen maar kunt houden door aanpassing. Een soort valse zelf heb je”.
“niet helemaal vals, want ik weet wel goed wat ik wil”.
“en daarom ben je niet echt leeg. Je bent misschien bang dat er weinig overblijft. Of dat het niet goed genoeg is. Of dat mensen denken ‘is dit het nou?’. Daarom moet je ook je eigen choreografie gaan schrijven. Dus denk erover na. En denk ook echt na over authentiek worden en zijn. Daar gaat dit ook over. Dus ook de boosheid eigenen. Ook behoefte aan contact eigenen”.
“hoe moet je dan contact eigenen? Dat je dan gaat voelen dat je het misschien wel fijn zou vinden om niet alleen te zijn?”.
“ik denk dat je dat al wel hebt. Maar ik denk dat je dan meteen niet wilt dat het zo is. Het is misschien dat je het een kinderlijke behoefte vindt, maar dat je ook kunt zeggen ‘wat verdrietig eigenlijk’. Dat je echt van een afstandje kunt kijken. Want dat is het eigenlijk wel, dat je dat nog zo op die manier voelt. Dat je wat in te halen hebt. En je haalt het nooit in door het uit te leven. Dat willen jouw delen. Die willen het uitleven. Maar dat zou een teleurstelling na teleurstelling worden. Het zal nooit meer op die manier vervuld worden, want die manier hoort bij een moeder en een klein kind. Dus alsjeblieft, ga aan de slag met het schrift Anybody”.
“hmm”.
“en we gaan kijken de komende tijd. Als jij ervoor kiest dan is het prima. En als je ervoor kiest om niet deze weg te gaan, ook dan zullen we kijken hoe wij daar het best in kunnen begeleiden en hoe we dat gaan doen. Als dat zou betekenen dat we afscheid moeten nemen, ook daarin gaan we het goed doen. En als je de andere kant op kiest, dan nemen de klachten toe, maar ook daarin zullen we proberen te begeleiden. Maar ook aan het eind van de rit, als er afscheid komt, ook dan zullen we je goed begeleiden. En ik zeg dit ook omdat je ook waarschijnlijk ergens voelt, als je dit gaat doen, dat de hechting, dit ook gaat spelen. Maar als je authentieker gaat worden wordt dat ook anders”.
“wat wordt er dan anders?”.
“je gaat je ook irriteren aan dingen. En je gaat het ook echt niet eens zijn met dingen. Je gaat mij ook meer als mens zien. Veel meer. Maar ook dat je daar irritatie bij voelt. Meer dan dat je nu hebt.
En we gaan opbouwen. Buiten”.
“dat ik weer andere dingen ga doen?”.
“ja, maar dan hebben we het echt over een hele lange tijd. Maar neem dat wel mee in je overtuiging”.
“wacht even, welke overtuiging?”.
“contact: ‘uiteindelijk worden we weggestuurd’. ‘Uiteindelijk word ik kapot gemaakt’. ‘Uiteindelijk moet ik ook hier weg’. Dat is ook in contact. Dat is ook waar. Uiteindelijk, wat je ook kiest, moet je hier ook weg. Dat klopt”.
“maar ik ga hier ook echt niet de rest van mijn leven blijven”.
“nee, maar er kunnen delen zijn die dat lastig vinden. Om het nu aan te gaan als je weet dat het uiteindelijk wel gaat gebeuren. En daarom zeg ik het ook. Ook dan zullen we het goed doen. Dat wil ik wel alvast zeggen”.
“dus jullie laten me nooit zomaar in de steek”.
“nee, afscheid is toch de belangrijkste fase van je behandeling? En het maakt niet uit op welke manier afscheid zal plaatsvinden. Dat maakt niet uit”.
“in ieder geval niet in de CTO”.
“dat is het leukste moment!”.
“het leukste moment? Ik vind het afschuwelijk”.
“je kunt het op jouw manier doen. Je kunt het ook heel anders doen. En misschien verandert dat nog wel. Als je meer authentiek kunt zijn. Want eigenlijk ben jij heel out-going”.
“waarom dan?”.
“in contact”.
“hoezo?”.
“voornamelijk nog heel speels”.
Ik schiet in de lach “oké”.
 
Voor ik wegging vroeg ik Noura of ik haar collage nog even mag zien, die ik in december als afscheid van de groep had gegeven. Ik had niet persé iets wat ik eraan wilde zien, maar op de een of andere manier was het even belangrijk voor me.
Noura pakte hem erbij en eigenlijk was het wel grappig toen we hem samen bestudeerden, want veel tekstjes die erop stonden waren dingen waar we het vandaag over hebben gehad.
  
“het kan ook zo zijn, aanpassing maakt dat je heel goed de ander kunt voelen. Dat je het hebt gemerkt omdat je heel goed kunt bedenken in mij. Dus het wil niet zeggen of jij dit ook allemaal vindt.
Eigenlijk zou je er één moeten maken, echt vanuit jezelf. Een collage voor jezelf. Dat zou je eigenlijk moeten doen, dat het authentiek gaat zijn. Want dit heb je ingetuned gedaan, waarschijnlijk”.
“dit heb ik gewoon gemaakt op wat bij jou paste en wat ik hier bij jou ervaar”.
“ja. En nu andersom. Dat je maakt wat bij jou past, wat je hier ervaart”.
“ik weet niet of ik dat wel kan”.
 “dit is een hele goede oefening wat je stiekem thuis kunt doen.
 Authentiek zijn he, niet de aanpassing”.
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 25


Behandeldate - terugkoppeling BHP
DT trauma | 19 Maart 2012 | 21:38:56
Woensdag 14 maart '12  
 
Noura begon met de terugkoppeling van mijn behandelplan, die vanmiddag in het team is besproken. Ze noemde dat er een verschuiving heeft plaatsgevonden als het gaat om de betekenisgeving van mijn dissociatie. Dat het veel meer te maken heeft met contact. Enerzijds een klein deel wie graag het contact aan wilt, maar anderzijds een boos deel die zegt ‘rot op, jullie zijn niet te vertrouwen’. Voorheen was dat onduidelijker en toen waren de triggers ook wat meer op de voorgrond, dacht ze. Nu is het meer dit stuk. Dus enerzijds is er het willen aangaan van contact. Maar dan is er ook een angst dat ik als het ware wordt ‘opgegeten’ door een ander. Dat de ander domineert. Anderzijds wil ik separeren en autonoom zijn. Maar ook dat is eng. En dat blijft  continu een spanningsveld. Ook voor de binnenwereld, dacht Noura. Zo greep ze terug op mijn gerommel met de stoel, waarmee ik zojuist in dilemma zat ‘schuif ik hem verder weg, toch iets terug, of toch nog iets naar achter?’. Hoe ver moet ik die stoel wegzetten. Daar gaat het eigenlijk over.
Met Noura heb ik laatst besproken dat dit in de groep, in het milieu, best wel ingewikkeld is. Dat het heel veel kan oproepen. Het kan ook ergernis oproepen omdat ik ook een aparte positie inneem door bijvoorbeeld mijn stoel net uit de kring te schuiven. Maar ik kan daarmee ook veel zorg oproepen. En dan kom ik eigenlijk in een soort herhaling van de geschiedenis van de hulpverlening en van thuis.
Vervolgens begon Noura over haar strenge toespraak op binnen en de daaropvolgende week dat ik heel goed heb geprobeerd om het meer bij elkaar te houden. En toen begon het flauwvallen, vanwege de gordelroos of vanwege iets anders. Maar dat heeft eigenlijk een heel ander licht gebracht aan wat er eigenlijk aan de hand is.
 
Ik begreep niet waar Noura op doelde. Ik kon de link niet leggen tussen het flauwvallen en ‘het veranderen van licht’. Noura legde uit dat je de kern hebt en daarboven heb je lagen. De symptomen zijn de klachten, de uiting van het kernprobleem. Ze greep terug op het gesprek van vorige week, die ik door al het gedoe niet had opgenomen en waar ik nog steeds stress van heb, waarin heel erg naar voren kwam hoe klem ik eigenlijk zit. Ze vroeg ‘zullen we kijken hoe het psychisch zit, dat uitvallen’, maar ik kon die keuze niet maken. Het was een heidens dilemma, bij wijze van. In dit gesprek kwam heel erg naar voren dat het thuisfront alles medisch wil verklaren, het hele riedeltje van de vorige hulpverlening, maar ook dat wat ik ook kies, er altijd een consequentie aan zou zitten. Dat zei ik ook ‘ik zit klem’.
 Noura dacht dat dit heel belangrijk is. Zij en de rest van het team willen niet voor mij alle andere therapeuten belichamen. ZE willen ook niet mijn moeder belichamen. Ze willen dat ik mijn keuzes maak. En mijn keuzes zullen wellicht consequenties hebben. Ze zal ook niet zeggen dat het makkelijk zal zijn. Maar ik begin wel het dilemma te voelen. Ik begin te voelen waar het knelt. Hoe klem ik eigenlijk zit. En daarvan willen ze een doel maken. Niet dat ik daar bij het volgende behandelplan een keuze over moet maken, maar dat we het erover gaan hebben. Wat het dan is. Wat het voor mij betekent. Zonder dat ik daar een actie aan hoef te ontlenen. Want therapie gaat niet over de betekenis. Het gaat niet eens om mijn moeder, maar het gaat over de moeder die ik in me heb. Het gaat over alles wat ik vanbinnen daarin vindt. Niet zozeer de realiteit, maar de betekenis. Daar hebben ze een doel van gemaakt omdat dit volgens hen heel belangrijk is, want dit is eigenlijk de kern en de herhaling van wat heel veel in mijn leven is gebeurd, in haar beleving. Dat is het spanningsveld; van wie is het lijf; van wie is het leven. En wat kies je. Net zoals ze vorige week tijdens dat gesprek noemde dat het eten en niet eten, de eetstoornis, ook een vorm van autonomie kan zijn. In haar beleving is dat het enige wat ik echt bij mezelf kon houden. En dat had ik misschien niet eens bewust gedaan, maar dat het mijn vorm van separatie is.
  
Het valt het team op dat er in proces veel gebeurt, maar in klachten neemt veel toe. Dat zien ze ook. Dat maakt het ook ingewikkeld, want ze gunnen me dat het niet zo is. En ze voorzien dat dit nog niet snel over zal zijn. Dit is hard werken voor me, dat beseffen ze zich goed. Zo hadden ze ook opnieuw de steeds terugkerende vraag ‘kan ze het aan’. Punt is dat ze ambulant dicht zijn, waardoor er weinig keuzemogelijkheid is. Enerzijds denken ze ‘jammer’. Anderzijds zien ze ook dat ik wat te leren heb in contact. En zonder dat ik het doorheb gebeurt er heel veel in contact. En eenzaamheid, alleen zijn, verbondenheid, dat zijn ook thema’s. En dat kan alleen in contact. Dus dat is een beetje ingewikkeld. Maar Noura vertelde er ook bij dat ze het er hier niet unaniem over eens waren. Sommigen zeiden ‘maar moet ze nu niet ambulant, als we de keuze hadden?’. Anderen zeiden ‘nee, want dit is er ook. Dit is toch wat ze graag wilt. Dit is wat je haar gunt’. Daar waren de meningen over verdeeld.
 
Noura zei me dat ze na deze terugkoppeling nog even een terugblik zou maken op het gesprek van vorige week, omdat hier deze hele terugkoppeling eigenlijk op is gebaseerd. Wel vertelde ze nog dat het wel de bedoeling is dat als ik dingen maak bij KTB, of iets voel bij PMT, dat ik dit ga delen op de groep. Anders zet ik mezelf buiten de groep. En als ik het bij haar deel maak ik ons exclusief en dat kan bij anderen ook allerlei gevoelens oproepen. Daarnaast kunnen de andere therapeuten mijn proces dan ook volgen. Als ze weten wat iets met me doet. Dan kunnen ze bijvoorbeeld ook zien ‘vier weken geleden voelde je dat toen je dat deed, en nu voel je dit’. Dus dat is wel iets waar de aandacht naartoe moet.
 
Een ander doel voor mij is, behalve het bespreken van die ambivalentie, te proberen weinig te switchen. Weinig te dissociëren. Dus daar gaan we, parallel hieraan, ook mee verder. En daar contact mee maken, uiteraard. Verder zei ze dat we samen moeten gaan kijken hoe het contact met mijn broer en zussen is, om mijn netwerk te vergroten. Dat ik iets meer steunsysteem zal krijgen. Dat gunnen ze me ook heel erg, dat ik iets meer ga opbouwen. En binnen het team is niet specifiek besproken met wie ik dan het contact moet opbouwen, maar Noura dacht zelf aan mijn broer en zussen, omdat ze weet dat ik daar goed contact mee heb. Zeker met mijn jongere zusje. En mijn doelenlijstje wordt afgesloten met een oude bekende ‘handhaven van gewicht’.
 
Tot slot vertelde Noura me dat ze binnen het team hebben bedacht om misschien een dubbele IPB’er in te zetten, als dit binnen het verpleegkundigenteam haalbaar is. Dat ik naast V., een mannelijke Socio, ook F. krijg als IPB’er. Zij is een jonge Socio en staat nog dicht bij mijn belevingswereld. Dit eigenlijk om verschillende redenen; V., vind ik soms best heel eng en niet alles is makkelijk te bespreken met een man, maar ook omdat F. gewoon lekker nuchter is en een tegenhanger kan zijn op al die ‘vaders’ en ‘moeders’ om me heen. Ik zou haar ook als een soort klankbord kunnen gebruiken. Bij hen liggen de onderwerpen zoals structuur, eten, hoe doe ik mijn dag en dat soort dingen.
  
Wat betreft mijn programma blijft de aanpassing zoals het nu is en volgende behandelperiode moet dit uitgebreid worden. En dat vind ik best heel ingewikkeld. Noura maakte de aanzet om een voorstelprogramma in te dienen, waarin ik voor het eerst een opening zag om hierover in gesprek te gaan, want ik had sinds aanvang op de kliniek het gevoel dat ik wat dit betreft tegen de muren liep. Ook omdat ik weinig respons kreeg op mijn teambrieven. Maar met deze teruggave heb ik het gevoel dat ik totaal niet word gehoord. Ik heb anderhalf jaar op de DT gezeten met een aangepast programma, wat nooit een probleem of punt van discussie is geweest. Binnen de groep en binnen het team verliep dit prima. Nu slepen ze me naar de kliniek onder het mom ‘programma wordt daar minder zwaar’, vervolgens verdubbelen ze de boel en wordt ik ineens geacht om binnen een kort termijn fulltime mee te doen. Is het niet meer mogelijk om een aangepast programma te volgen ‘want lastig in groepsproces’.
En wat als het me niet lukt om dit programma op te bouwen? Wordt ik er dan alsnog uit gezet?
 
Als afsluiting van mijn terugkoppeling kreeg ik het motto ‘schrijf je eigen choreografie’, wat symbolisch wordt bedoeld. Het gaat over die keuzes.
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 23


Mailwisseling
DT trauma | 19 Maart 2012 | 16:24:45
Dinsdag 13 maart '12
 
Paar puntjes voor morgen..
 
- terugkoppeling bhp (of course)
 
- heb Susan gesproken. De doelstellingen waar ik heb met jou over heb gehad; werken met beweging en veiligheid terugvinden in lichaam; intern voorbereiden en deelnemen als mezelf en tzt oefenen met beweging wat wel of niet veilig voelt vanbinnen; stukje vertrouwen terugvinden bij Susan, waren dingen waar ook haar ideeën naartoe gingen. Plan is om begin/half april bij haar te (her)starten, mits ik dan weer een beetje overeind ben.
 
- misschien zou ik het toch fijn vinden om de vrouw van het huis een keer mee te nemen naar een gesprek bij jou.
 
- en een vraag waar ik al een tijdje over in zit, maar die ik eigenlijk niet neer durf te leggen want weet niet zeker of mijn achterdocht (sorry, gaan we weer..) terecht is. Je weet dat ik schrijf op internet en je weet ook de nickname die ik je heb gegeven.. Nu zijn er twee voorvallen geweest waardoor ik toch ineens de achterdocht kreeg of je een keer hebt gelezen wat ik schrijf. Je noemde in een gesprek tot twee keer toe de nickname die ik mijn danstherapeute heb toegekend, in de situaties van dat weekend dat ik daar ben aanbeland. Later zag ik op de plek waar ik schrijf dat er is gegoogeld op jouw nickname icm het woord 'therapie', ‘blog’ en een term die verkeerd was geschreven, met dezelfde schrijffout als die jij maakte en waarmee jij me ooit in verwarring heb gebracht. Ergens vertrouw ik erop dat je mij niet gaat zoeken op het www, maar door deze twee dingen kreeg ik toch een beetje twijfel. En dan is het wel het eerlijkst om het direct op de man af te vragen, zodat jij een eerlijk (!!) antwoord kunt geven.
  
Kom er morgen op terug.
 
p.s. had de huisarts nog gebeld?
  
--------------------------------------------------------------------------------
    
Ha,
 
heb het gelezen en effe snel op gereageerd maar vooral wat vragen bij neergezet zodat je er alvast over kan nadenken. Tot morgen!
  
Als je het fijn vindt kan Marleen met Susan bellen, misschien een idee omdat dat te doen als je al gestart bent; dan weten jullie al beter waar je tegen aan loopt.
  
Wil je ook nadenken vanuit welke gevoel je wilt dat de vrouw erbij is; is het jou gevoel tov jezelf, of wil je tegemoet komen aan haar gevoel (behoeftes).. of allebei. En ken je dit gevoel van bv bij je moeder? Denk er nog over na dan hebben we het er morgen over.
 
Ik heb zelf gegoogled op naam Noura destijds; omdat het volgens mij licht betekende in het Arabisch en ik wilde het checken. Met mijn zusje, nichtje en vriend hebben we ooit een situatie meegemaakt waarbij mijn vriend mij in een ander taal "de verlichting" (maar dan echt ampul/lamp voor thuis) heeft genoemd en daar maken we nog geregeld grapjes over. Althans, zij over mij. Ik heb toen gezegd dat ik nu ook -nog eens- een cliënte heb die mij nu onbewust "verlichting" heeft genoemd als nickname voor haar online dagboek.
Een van beiden vroeg me toen, nadat ze weer lol hadden om het feit dat ik een lamp zou zijn, of ik dan niet benieuwd ben naar wat jij zou schrijven over mij omdat ik had gezegd  dat jongvolwassenen mij zo kunnen raken.. (maar dan raak jij haar dan toch ook was de reactie). Met dit clubje kijken we, eigenlijk sinds de start van die dansprogramma's, naar al die dansprogramma's, of gaan naar een voorstelling en dan noem ik jou wel eens (jongv. cliënte die dis nao heeft en mij Noura noemt). Vooral in het begin, en dan meer met mijn gedachten dat jij misschien hier ook ooit aan kan gaan meedoen of dat ik je graag zou willen zien dansen maar het ook niet durf te vragen omdat het ws heel kwetsbaar zal zijn voor jou. Het enige wat ik me zou kunnen voorstellen, wat via mij gebeurd/gelekt zou kunnen zijn, is dat mijn zusje of nichtje jou zijn gaan googlen. Ik zie ze eind deze week dus als je het zou appreciëren kan ik het vragen.
En de laatste tijd, nu overigens niet meer, haalde ik wel veel door elkaar wat betreft namen, situaties dus het kan ook associatief zijn namen van andere cliënten/delen maar ook privé. Dit liep toen wat door elkaar heen.
 
Wat ik nu ga zeggen is mijn ding dus er niet verantwoordelijk voor gaan voelen; ik heb lang nagedacht over het bovenstaande, of ik het zo openlijk moet vertellen omdat je zo opeens een kijkje in mijn leven krijg en dat kan onveilig voelen voor jou. Anderzijds denk ik dat ik met psychotherapeutische waarom vragen je meer zou ontregelen dan helpen. Sta is ook bij jezelf stil om te kijken wat het met je doet als je zo een kijk in mijn leven hebt..
  
En de huisarts gaf aan medisch nu niets te kunnen vinden. Kon zich ook in onze hypothese vinden.
Ik heb ook nog gevraagd of er ook ooit op cel niveau onderzoek is gedaan (ivm chronische eetproblematiek) naar tekorten. Toen zei hij dat dat nog loopt in Nijmegen (toen begon het ook bij mij te dagen)... Maar ik ben even kwijt hoe dat nu verder zit. Daar was toch iets mee... nog een ingreep te gaan of zo?
 
--------------------------------------------------------------------------------
 
 
Nu twijfel ik alleen of ik Noura's reactie wel of niet kan/mag plaatsen ivm haar privacy. In principe wordt er inhoudelijk niets bijzonders gezegd, maar ze schrijft wel als therapeut over iets uit haar privé leven. Kan ik dit maken of niet?
 
reacties 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 70


Therapie week 11 – dinsdag
DT trauma | 19 Maart 2012 | 16:15:12
Dinsdag 13 maart '12  
 
Vanmorgen ben ik nog thuisgebleven, maar vanmiddag heb ik toch even geprobeerd om naar PMT te gaan. Er werden verschillende activiteiten uitgezet waarbij we moesten voelen wat er bij jezelf gebeurt. Zowel in lichaamssignalen als wat betreft dissociatie. Zo moesten we zakjes in een hoepel gooien, een basketbal in een korf gooien, met zijn tweeën een tennisbal overrollen tussen twee pionnen door, een vrije oefening met een hoepel en in duo’s evenwicht houden op de wipwap.
De wipwap ging voor mij even niet op, omdat ik al blij was als ik überhaupt recht overeind kon blijven zitten. In het overrollen met de balletjes merkte ik niet zo veel. Het gooien met de zakjes was op zich geen probleem, maar tegelijkertijd was het andere duo de basket door in de korf aan het mikken, en dat was wel degelijk een probleem. Zeker toen ik aan de kant zat, rechts van mij met zakjes werd gegooid en links van mij de basketbal door de zaal ging.
Ik was bang.
Paniekerig.
Heel erg paniekerig.
 
Maar, ik ben erbij gebleven. Soort van.
  
De grootste uitdaging was om zelf met de bal in de korf te gaan mikken. De vorige keren verliep dit niet zo best, waardoor ik twijfel had of ik dit aan moest gaan. Het kon twee kanten op gaan: of het gaat mis, of ik blijf erbij en ik maak een bevestiging dat het in het nu oké is. En daarom was het des te meer een overwinning dat het vandaag redelijk goed ging. Marleen stond aan de andere kant van de korf om de bal zo goed mogelijk op te vangen, om zo veel mogelijk gestuiter te voorkomen. En mijn ouderwetse korfbal-skills waren nog aanwezig, want ik kon prima scoren.
Na deze korf-basketbal activiteit was het even lastig. Ik was ver weg en voelde me nogal wiebelig. Maar al met al is het wel gelukt.
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 32


Home   weblog sinds: 2007-09-04

Ontwikkeld door punt.nl en gehost door mijndomein.nl. Problemen met de inhoud van deze log? Klik hier.