| |
 |
 Welkom
Life
|
06 September 2007 | 06:44:00
 |
Een meisje
Ze wacht
Nee, denkt ze, ik wacht niet,
Ik dans.
Ze danst
Ze danst met lange, ranke passen
langzaam en aandachtig
Ze houdt haar ogen dicht,
ze danst door deuren en door ramen
en door lange rankmoedige dagen -
hout, glas en uren vallen in splinters rond haar neer -
en telkens als ze niet meer kan
en bijna, bijna valt
denkt ze: ik?
ik val niet, ik dans.
Toon Tellegen
------------------------------------------------------------------------
P.S. voor zowel mijn logjes als een zeldzaam zelfgeschreven gedicht heb ik auteursrecht. Als je ze voor wat voor doeleinden dan ook wilt gebruiken, vraag het dan even.
|
|
|
 |
 |
 Therapie week 3 – maandag
DT trauma
|
22 Januari 2012 | 16:09:05
 |
Maandag 16 januari '12
Hier op de kliniek hanteren ze ook een spits. Een zogenoemd mini CTO om even alle hoogtepunten van de dag door te nemen. Namelijk of iedereen wel aanwezig is, wie er dit keer verplicht is tot corveetaken als het schoonmaken van de keuken en koffiezetten en andere bijzonderheden. En dat hebben ze, jawel, iedere ochtend en iedere middag. Gelukkig hoeven wij als stoeler hier niet elke keer bij aanwezig te zijn, maar wordt het lot verminderd tot een verplichte maandagochtend, en donderdagmiddag – over de donderdagmorgen zijn ze nog in conclaaf. Hij was verplicht, maar wij voeren geheel unaniem protest op de belachelijke tijd van half negen in de morgen. Niet zozeer omdat het te vroeg is, maar wel omdat het voor velen gewoonweg niet te combineren is; mijn groepsgenoot heeft wee autistische kinderen die ze om half negen naar school moet brengen. Mijn andere groepsgenoot en zij gaan altijd carpoolen en bij ons thuis ontbijten we altijd gezamenlijk tussen tien over acht en ongeveer kwart voor negen. Bovendien is het meest onzinnige hieraan dat we eerst om half negen naar de kliniek moeten om vervolgens om negen uur bij het gebouw van KTB present te staan. Dan moeten we speciaal voor zo’n spits eerst helemaal naar de kliniek, terwijl we daar op dat moment verder helemaal niet hoeven te zijn.
Omdat de start van de week vorige week niet helemaal liep zoals de bedoeling was, had ik vandaag pas mijn eerste training. De inhoud van de training is opnieuw onder de loep en onder handen genomen. We hebben ook een nieuw boek waaruit we gaan werken. Een boek van – houd je vast – ruim driehonderd pagina’s A4-formaat, in het Engels; coping with trauma-related dissocation van Suzette Boon en Onno van der Hart.
We startten de training met een oefening waarnemen. De ene peut begon met het benoemen van iets uit de groepsruimte, als focus. We moesten allemaal op deze manier iets waarnemen als oefening om te aarden, maar een paar van mijn groepsgenoten voelden zich vooral ontzettend stom tijdens dit gebeuren. De peuten begrepen hun punt wel, maar stelden ook de vraag wat dan minder kinderachtig zou werken als oefening om waar te nemen. Sommigen zeiden dat ze dit soort dingen soms wel in zichzelf doen, maar dat het dan minder kinderachtig aanvoelt. Dit zou mogelijk een optie kunnen zijn voor een volgende keer. Tegelijkertijd merk ik bij mezelf dat ik het lastig zou vinden als iedereen dit in zichzelf zou doen als we bij elkaar zitten. Dan is iedereen stil iets aan het doen en valt het bijna niet meer te peilen waar de ander zit. Dat zijn situaties die me angst geven, maar dan durf ik daar eigenlijk niets van te zeggen.
De training is in twee delen opgebouwd; eerst drie kwartier om te aarden, te kijken hoe iedereen erbij zit en een terugblik te werken op het huiswerk – jup, dat gaan we ook krijgen. Dan een kwartiertje pauze en tot slot nog een uur om het nieuwe stuk theorie door te werken. De peuten hebben nu nog de moeite genomen om van de Engelse versie nog een vrije vertaling te maken, maar ik vraag me af hoe lang ze dit zullen blijven doen. Het schijnt dat er nog wel een officiele Nederlandse vertaling zal komen, maar ik denk dat ik liever de Engelse versie bestel. Kan ik dat ook meteen een beetje op peil houden.
Tijdens de training kreeg ik nog een telefoontje van het UMC Radboud. De verpleegkundige van de afdeling neurologie, die mijn internist vrijdag had gesproken, heeft me het een en ander uitgelegd over de gang van zaken tijdens het spierbiopt. Ze wilde me dit goed uitleggen zodat ik op basis daarvan zou kunnen bekijken of dit zonder roesje haalbaar zou zijn of niet. Iets wat ik moeilijk vond om te beslissen, want enerzijds wil ik me niet aanstellen en kan ik best tegen een beetje pijn. Anderzijds was ik wel aan het kijken wat wijsheid is. En ik had zo het vermoeden dat een bewuste aanwezigheid bij deze ingreep te veel impact zou hebben. Misschien had ik het wel gekund, die twijfel blijft. Maar aan de andere kant heeft niemand er iets aan als er daar een (deel van) Anybody op de behandeltafel volslagen panisch zit te wezen. En die kans is best aanwezig, zeker in een onbekend ziekenhuis met vreemde mensen en een toch wat grotere ingreep dan wat ik gewend ben na ook heel veel slechte ziekenhuis- en artsen ervaringen. Dus het onderzoek van morgen is nu gecancled omdat het dan via het OK geregeld moet worden en zal ik binnenkort een nieuwe oproep krijgen.
Hoewel ik blij ben dat het allemaal zo goed en serieus werd opgepakt, blijft er toch een stukje twijfel of het überhaupt wel verstandig is om dit onderzoek nu te doen. Noura vind het een uitermate slecht idee, maar voor mezelf is het wel heel belangrijk om dit onderzoek toch te laten doen. Punt is dat ik gewoon niet kan inschatten hoeveel impact het zal hebben. Voor hetzelfde geld is er niets aan de hand en gaat het allemaal goed, maar het zou ook zomaar kunnen dat het juist wel ontregelend werkt. En hoewel ik probeer alles zo goed mogelijk voor te bereiden en door middel van het roesje de impact hoop te beperken, kan ik niet goed inschatten hoe dit vanbinnen zal zijn. Ik heb ook wel even nagedacht of een roesje wel verstandig is. Aan de ene kant is het misschien dat ik er niet bewust bij ben, maar tegelijkertijd kan dit ook juist angst opleveren. Een roesje is wel het ultieme controleverlies. En ik weet dat dit ook één van mijn slaapproblemen is, het verlies aan controle en overzicht als je slaapt. Dus ik hoop maar dat het allemaal goed zal gaan.
|
|
|
 |
 Goed geregeld
Life
|
22 Januari 2012 | 15:32:56
 |
Vrijdag 13 januari '12
Aangezien vandaag de vloer opnieuw in de was gezet zou worden, is de hele eetkamer leeggehaald en zouden we vanavond met zijn zevenen in het voorkamertje moeten eten. Als er iets is wat ik lastig vind is het wel hutjemutje in een klein hokje zitten, dus ben ik vanavond bij mijn ouders blijven eten. Kom ik gezellig thuis, vragen ze me wat het addertje onder het gras is; normaal kom ik op zaterdagavond eten om de patat te ontvluchten. Nu was het vrijdag. Toen ik het verhaal vertelde moesten ze lachen ‘zie, we wisten dat er iets achter zat’.
Fijn dat je familie je zo goed kent.
Vanmorgen heb ik nog even contact gehad met de internist van het Radboud UMC. Afgelopen maandag zou hij me bellen naar aanleiding van het onderzoek komende dinsdag, maar hij belde buiten het telefonisch spreekuur op een tijdstip dat ik bij Noura in gesprek was. Daarna heb ik hem niet meer kunnen spreken. Aangezien het voor mij wel belangrijk was om nog iets te kunnen overleggen heb ik een mail naar de poli gestuurd, waarop hij me eind van de ochtend nog even belde. Ik legde hem mijn vraag en twijfels voor ten aanzien van het onderzoek. Of het mogelijk zou zijn om het spierbiopt onder een roesje te laten doen in verband met complexe trauma, zonder hier inhoudelijk op in te gaan. Ik had dit al kort op de mail gezet waarna hij later aan de telefoon te kennen gaf dat hij al de tijd en moeite heeft genomen om de afdeling neurologie hierover te spreken.
Tijdens mijn afspraak en het lichamelijk onderzoek had ik al gemerkt dat het een hele symphatieke, rustige man is. Ook aan de telefoon was hij erg vriendelijk en hij nam echt de tijd. Hij vond mijn vraag ook niet onzinnig, maar begreep het volkomen. Op de afdeling neurologie konden ze nog niets garanderen, maar de internist gaf aan dat hij hen daar al over had gesproken en dat zij contact met mij zullen opnemen om dit verder door te spreken, omdat hij nu enkel als tussenpersoon fungeert. Bovendien heeft hij het stukje complexe trauma niet genoemd omdat hij van mijn afspraak nog wist dat ik het hier niet over wilde hebben. Dat was een keuze die ik zelf moest maken, om dit te benoemen of niet. Wat ik erg netjes van hem vond. Ik vond het ook wel fijn om te merken dat hij hier echt de moeite voor nam. Dat ben ik toch nog niet zo heel erg gewend van artsen.
|
|
|
 |
 Diëtiste
Ambulante behandeling RV
|
22 Januari 2012 | 15:16:15
 |
Donderdag 12 januari '12
Ik had op mijn eigen weegschaal al gezien dat ik bijna een kilo was afgevallen. Thuis was mijn gewicht vanmorgen 45.8 kg. Op RV was mijn gewicht echter 46.4 kg, terwijl ik weet dat mijn eigen weegschaal nagenoeg gelijk weegt met RV. Op het bonnetje zag de diëtiste dat mijn vetpercentage een procent omlaag was gegaan naar 13% en dat mijn vocht gelijk was gebleven ten opzichte van twee weken geleden, dus het gewicht van vanmorgen zou best kunnen kloppen. Daarom hebben we toch maar de afspraak gemaakt om nog een lijst omhoog te gaan. Iets wat ik ontzettend moeilijk vind en wat me ook wel heel bang maakt, zeker omdat ik nu zo in de war ben door deze twee verschillende gewichten.
Omdat mijn verlenging eind januari afloopt hebben we nog even besproken wat we verder zouden doen; nog een verlenging aanvragen of afronden. Hoewel mijn gewicht nog steeds niet helemaal gaat zoals zou moeten, heb ik het in mijn hoofd nu een stuk meer onder controle. Het was ook de bedoeling om het stukje eten uiteindelijk meer over te hevelen naar de DT en ik denk dat ik daar nu wel toe in staat ben. Daarbij kost het me wel veel om naast de DT ook nog elke keer naar RV heen en weer te reizen en zou het in die zin wel fijn zijn als mijn afspraken aflopen. Tegelijkertijd gaf ik toe dat ik wel zo mijn twijfels heb of ik het allemaal kan volhouden zo. Ik denk dat het wel belangrijk is om een lijntje met RV te houden. Naar aanleiding van een tip die behindmyeyes me laatst had gegeven, vroeg ik de diëtiste of het niet mogelijk zou zijn om het APK-traject te doen. Dan zou ik niet meer intensief bij RV onder behandeling zijn, maar kan ik wel een lijntje houden. De diëtiste zei dat je voor het APK-traject eigenlijk een gezond gewicht moet hebben. Dat heb ik niet, maar ze zei dat het naar haar idee wel zou moeten kunnen. Ze vond het een goed voorstel en ze zal dit in het team bespreken.
|
|
|
 |
 Therapie week 2 – donderdag
DT trauma
|
22 Januari 2012 | 14:58:51
 |
Donderdag 12 januari '12
Ergens in een heel ver verleden, aan het begin van mijn therapie op de DT, heb ik nog een blauwe maandag deelgenomen aan de KTB. Daarna heb ik hem in mijn aangepast programma geschrapt en nooit meer toegevoegd. Tot vandaag. In het nieuwe programma ga ik gewoon weer meedoen aan KTB, dus ook ik mocht vandaag therapeutisch knutselen.
Ik wist nog niet hoe leuk ik dit zou gaan vinden. De K(reatief) en de B(eeldend) vind ik leuk, maar de T(herapie) erbij iets minder. ‘En wat voel je erbij’, zeggen ze dan allemaal wanneer je iets hebt gemaakt.
Werkelijk waar, schiet mij maar lek.
In het nieuwe programma gaan we allemaal massaal aan de anti-dissociatie, dus ook KTB moet het ontgelden met waarnemingsoefeningen. De opdracht: omschrijf één van de voorwerpen op tafel en omschrijf een voorwerp in de ruimte, zonder dit te benoemen. Vervolgens kregen we de opdracht om ieder individueel je eigen naam te maken met daarbij twee kwaliteiten en twee dingen die je leuk vindt. Een creatieve manier van kennismaken, aangezien dit al zo’n beetje de hele week het ultieme thema is.
Tijdens de Sociotherapie zat onze oude bekende Socio erbij, wat maakte dat één van mijn groepsgenoten uit de vorige groep voor het eerst in staat was om te praten. Daarmee heeft ze meteen ook maar haar zegje gedaan met alles wat ze er tot nu toe van vindt, hier op de kliniek. En dat is heel wat.
Ik moest er wel een beetje om lachen toen ze ineens een waterval aan woorden losliet en onze nieuwe groepsgenoten haar na een lang lang stilzwijgen ietwat verwonderd aankeken. Tegelijkertijd werden mijn oude groepsgenoten een waar medestander in de recalcitrante ‘doen-we-niet-en-we-vinden-alles-stom’ houding. Deze week is voor iedereen wennen geweest, maar mijn oud groepsgenoten hebben daarnaast ook echt veel moeite met alle klinische regeltjes die we op de DT niet kenden. Ik heb er in die zin wat minder last van omdat ik een stuk jonger ben en voorheen altijd op een jeugdafdeling heb gezeten, maar ik kan van hen wel heel goed de moeite begrijpen. Alle drie zijn het volwassen vrouwen van begin tot midden veertig, die gewoon hebben gestudeerd, gewerkt en er toch een aardig zelfstandig leven op nahouden. Op de DT was dit ook de benadering. Hier op de kliniek zijn er toch veel meer regeltjes en dingen waar je toestemming voor moet vragen, waar zij nogal tegenaan schoppen. En ik moet toegeven, ook voor mij voelt het wel een beetje alsof je een stap terug doet.
|
|
|
 |
 Therapie week 2 – woensdag; PMT individueel 34
DT trauma
|
22 Januari 2012 | 14:42:43
 |
Woensdag 11 januari '12
Toen Marleen me vroeg hoe het ging moest ik even diep ademhalen, om vervolgens in het zo kort mogelijk samen te vatten hoe het afgelopen weekend is geweest. Dat ik in Verweggistan ben aangeland, dat Susan me vervolgens thuis heeft gebracht, de crisisdienst, maandag auto ophalen, vanmorgen nog een gesprek bij Susan en alles daar omheen. Enerzijds zat het me heel hoog, maar tegelijkertijd kon ik bij Marleen totaal niet peilen wat ze hiervan vond waardoor het me ook bang maakte om het daar te delen. Ik benoemde wel mijn eigen angst dat ik het gevoel heb dat er vanuit binnen te veel afhankelijkheid begint te ontstaan. Enerzijds is het fijn dat Marleen en Noura voldoende mate van veiligheid hebben om mij/binnen door moeilijke momenten heen te loodsen. Tegelijkertijd geeft het me een enorme angst dat dit ook betekent dat ik zonder hen niet zo heel veel waard ben in diezelfde moeilijke momenten. En het geeft ook twijfel. Is het wel goed, deze mate van afhankelijkheid. Begint dit zo langzamerhand niet veel te ver door te lopen. Ik vind het zelf niet bepaald geschikt, maar ik weet ook van mezelf dat ik hierin het andere uiterste kies. Maar waar ligt dan nog de juiste middenweg?
Ik vind dit ontzettend moeilijk.
Marleen beaamde wel dat er een mate van afhankelijkheid ontstaat, maar ik kon niet goed achterhalen of dit dan ook per definitie slecht is, wat me uiteindelijk alsnog in een stukje onzekerheid achterlaat. Vindt ze nu dat ik te afhankelijk wordt of is dit toch iets wat er in deze fase bij hoort?
Na aanleiding van mijn weekend waarin ik zelf vooral niet de regie heb gehad, was het voor vandaag de eerste prioriteit om in ieder geval zelf erbij te blijven. Binnen mocht meedoen, maar ik moest de hoofdpersoon zijn. Ik wilde wel gewoon weer aan de slag vandaag, ook al was ik lichamelijk uitgeput en zat mijn hoofd vol. Daarom vroeg Marleen me om wel verder te gaan met het afmaken van bewegingen, zoals we de afgelopen weken hebben gewerkt.
De vorige keer gebeurde er iets naar aanleiding van Marleens vraag om stil te staan bij wat vandaag te doen. En of er vanbinnen nog vragen waren of dingen die ze wilden weten. Er ontstond een grote angst, die verminderde toen de kleintjes naar hun veilige plek gingen. Maar ik wist zelf ook niet wat er precies gebeurde.
Voor ik naar huis ging vroeg Marleen om voor de volgende keer te kijken wat er speelde, bijvoorbeeld via het schriftje. Iets wat ik lastig vind en wat ik ook lang opzij heb gezet, tot ik me vanmorgen bedacht dat ik hier zelf totaal geen aandacht aan heb besteedt en dat dit eigenlijk niet fair van me was. Toen ik hier zo mee bezig was kwam ik er ook achter wat de angst van de vorige keer is geweest; ik had mijn knuffel niet meegenomen, want ik vond het stiekem wel welletjes na die ene keer. Ik had toen de spullen meegenomen die nodig waren en het was gelukt met de beweging, dus wat mij betrof was het nu wel weer klaar. Maar helaas bleek dat niet helemaal zo te werken en ontstond er zo’n angst dat we helemaal niets meer konden doen. Ik begreep nu dat het nog steeds van belang is om die knuffel mee te nemen, ook al hecht ik daar zelf niet zo heel veel waarde aan. Blijkbaar is dat vanbinnen toch nodig voor een stukje veiligheid.
Vandaag had ik dus toch maar mijn knuffel meegenomen, hoe stom ik me hiermee ook voelde. Tegen Marleen zei ik nog gekscherend dat ik tegen het eind van mijn behandeling zo’n beetje met een hutkoffer op pad moet, met al die EHBD* rotzooi – mijn tas wordt zo langzamerhand steeds een maatje groter. Prikkelballetje, touwtje, geurtje, knuffel, schriftje, sleutelbos… Straks willen ze nog dat ik met een opblaaskikker ga rondsjouwen onder het mom ‘kunnen we zelfs vluchten over water’.
Anyway, vandaag dus een sessie PMT samen met Meneer beer.
Marleen vroeg me of ik voelde welke beweging ik maakte. Ik had het niet door tot zij me hierop attent maakte; ik was de hele tijd met mijn rug tegen de muur aan het bonken. Ik merkte ook dat ik een soort boosheid voelde. Destructieve boosheid. Mezelf kapot maken. Dit keer vroeg Marleen me niet om deze beweging te volgen, maar om te kijken of ik die boosheid ook in een vorm naar buiten kon richten. Daarop ontstond er eerst een soort spanning in mijn armen, welke uiteindelijk een vuist werd. Toch was het moeilijk om deze beweging naar buiten te richten en af te maken; het gebonk tegen de muur hield lang aan. Toch kwam hierin uiteindelijk een stukje rust en werd het inderdaad een beweging die niet meer op mezelf gericht was.
Achteraf vroeg Marleen me hoe het ging. Ik moest toegeven dat ik niet voor de volle honderd procent mijn eigen hoofd op de voorgrond heb gehad, maar dat ik wel alles heb meegekregen. En ik denk dat dat voor nu, in deze oefening, al een hele prestatie is.
* Eerste hulp bij dissociatie |
|
|
 |
 Danstherapie
Danstherapie
|
22 Januari 2012 | 11:03:15
 |
Woensdag 11 januari '12
“ik heb gister mijn ziel op tafel gelegd. Nu mag jij”.
Na mijn mailtje wist ik niet meer waar ik moest beginnen. Ik had eigenlijk al opgeschreven wat ik wilde zeggen en ik was bang en onzeker voor wat Susan hiervan zou zeggen.
Susan begon met een “dat er grenzen zijn overschreden, daar zijn we het beiden over eens”. Met dat ze dit zei, wilde ik het liefst direct door de grond zakken. Bang dat ze boos op me was. Dat ik echt veel te ver ben gegaan, wat ik nooit meer goed kan maken. Echter vond ze dat niet ik, maar zij degene is die de grenzen heeft overschreden door mij naar huis te brengen. Ze heeft op dat moment niet meer als therapeut gehandeld, maar als Susan. Ze zei me ook dat ze zich goed kon voorstellen als ik het vertrouwen in haar kwijt zou zijn. Dit maakte me heel erg in de war. Ik was van mening dat ik degene was die een enorme fout had begaan. In eerste instantie was ik dan ook wat aan het tegensputteren.
‘Ik was toch degene die daar op de stoep stond?’.
‘Ik was toch degene die het niet in de hand heeft gehad?’.
Maar ze zei dat ik ontoerekeningsvatbaar was op dat moment, terwijl zij nog in staat was om keuzes te maken. En ze heeft veel keuzemomenten gehad, vond ze. Toen zij thuis werd opgehaald had ze kunnen zeggen ‘sorry, bel de crisisdienst maar’. Dat heeft ze niet gedaan, ze is naar me toe gekomen. Eenmaal bij me had ze alsnog kunnen zeggen ‘ik bel de crisisdienst’, maar dat heeft ze niet gedaan. Ze heeft me mee naar binnen genomen en is bij me gebleven. Vervolgens had ze kunnen zeggen ‘ik zorg dat ze er weer bij komt zodat ze zelf naar huis kan rijden’, maar ze heeft de keuze gemaakt om mij thuis te brengen. Eenmaal in de auto, toen ik weer bijkwam, had ze alsnog kunnen zeggen ‘we draaien om en jij rijdt zelf naar huis’. Dat heeft ze niet gedaan. Maar toch denk ik dan ‘ik was toch degene die haar in zo’n onmogelijke positie heeft neergezet?’. Als ik in haar schoenen had gestaan… ik betwijfel het of ik het anders had kunnen doen. In die zin voelt het nog heel erg dubbel dat zij de verantwoordelijkheid op zich neemt en zegt ‘ik ben degene die fouten heeft gemaakt’. ‘Ik ben degene die dit moet oplossen’. Want zij heeft de werkrelatie onveilig gemaakt door mij naar huis te brengen, vind ze.
Wat is dit ontzettend moeilijk.
Ik heb Susan wel gezegd dat ik hier tijd voor nodig heb. Om die knop om te zetten en te accepteren dat niet ik, maar zij degene is geweest die fouten heeft gemaakt. Ik vind het moeilijk om mezelf niet als schuldige te zien, omdat ik nog steeds van mening ben dat ik wel wezenlijk schuldig ben. Ik was dan misschien ontoerekeningsvatbaar op dat moment, maar ik heb wel de eerste move gemaakt door daar te staan. Als ik daar niet had gestaan was de rest ook niet gebeurd. Dan had ze haar eigen fouten niet kunnen maken, simpelweg omdat de aanleiding daarvoor er niet was geweest. Bovendien vind ik het ergens zwak om te zeggen dat ik ontoerekeningsvatbaar was, omdat ik van mening ben dat ik wel degelijk mijn verantwoordelijkheid heb.
Ik was wel blij om te horen dat Susan wel mild voor zichzelf kan zijn. Enerzijds wist ze dat ze als therapeut enorm was uitgegleden, maar tegelijkertijd kon ze haar eigen manier van handelen wel begrijpen. Ze zei achteraf dat ze erg was overdonderd door de situatie, waardoor ze ook meteen uit haar rol als therapeut viel en handelde als Susan. Toen we samen binnen zaten heeft ze nog wel overwogen om de crisisdienst te bellen, maar mijn rode draad was vooral de intense paniek om opgesloten te worden. En als ze de crisisdienst zou bellen, zou ik inderdaad opgesloten worden. Ze heeft ook overwogen om te wachten tot ik weer bij zou zijn zodat ik zelf naar huis kon rijden, maar ze had geen idee hoe lang dat zou kunnen duren en ze kon daar ook niet de hele avond blijven zitten.
Aan het eind van het gesprek werd ik eigenlijk vooral heel erg verdrietig. Het was zo vreemd om niet de schuld te krijgen van iets waarvan ik het gevoel had dat ik er wel wezenlijk schuldig aan was. Dat iemand anders de verantwoordelijkheid op zich nam en dit ook zelf kwam oplossen. Ik vond het ook heel moeilijk om dit stukje te aanvaarden en accepteren. Ook dat ze geen rekening wilde uitschrijven voor het weekend, zoals ik haar had gezegd, omdat zij dit benoemde als een ‘beloning voor het maken van fouten. Dat kan niet’. Ook voor deze afspraak gaf ze geen rekening, omdat ze mij gevraagd heeft om te komen. Zij wilde dingen bij mij rechtzetten. Ik had het gevoel dat ik moest puinruimen van het weekend, maar toen ik dit zei antwoordde ze dat zij hier degene was die moest puinruimen. Niet ik. Deze situatie maakte me heel erg in de war.
We hebben het er samen wel over gehad of Susan me vandaag wel of niet een rekening zou geven. Susan zei dat ze hier zelf wel over had nagedacht, maar ze wilde het ook aan mij voorleggen. Wat ik hier zelf van vond. In eerste instantie zei ik dat ik wel een rekening wilde, simpelweg omdat het dan voor mij makkelijker zou zijn om te accepteren. Maar uiteindelijk heeft ze me geen rekening gegeven omdat zij degene was die mij wilde spreken om dingen op te lossen. En voor mij was het een goede oefening om dit te acceperen.
Wat ik wel fijn vond om te horen was dat Susan blij was dat we het hier samen over konden hebben. Ze gaf aan dat ze niet met iedere cliënt zo’n gesprek zou kunnen aangaan. Omgekeerd ben ik ook blij dat we dit gesprek konden voeren. Het gaf mij de ruimte om dingen die ik lastig vond uit te spreken. En het gaf haar de kans om haar rol als therapeut weer recht te zetten.
We hebben te ook nog gehad over de relatie therapeut/cliënt – Susan/Anybody. Mijn gemis van een moeder en de tere snaren die zij hierin raakt door haar rol als ideale moeder. Het is een goed gesprek geweest wat voor mij ergens heel pijnlijk en moeilijk was, maar ook heel goed. Ze was helder en eerlijk. Enerzijds zei ze ‘als je niet meer als cliënt – therapeut moet werken omdat het al te veel Susan – Anybody is’, moeten we stoppen met de therapie en kijken hoe het contact dan verder verloopt’. Maar tegelijkertijd zei ze ook ‘we kunnen geen vriendinnen zijn en ik zal ook geen moeder voor je kunnen zijn. Ik zou dat niet kunnen, iemand die mijn cliënt is geweest in huis nemen’. En dat spreekt voor zich. Dingen die ik met mijn verstand zo goed weet en begrijp. Wat ik met mijn verstand ook niet anders zou willen. Maar toch voelde het ergens vanbinnen als afwijzing. Is er dan blijkbaar toch ergens zo’n onuitstaanbaar stukje hoop dat er iemand is die er onvoorwaardelijk voor je kan zijn. Hierin stonden verstand en gevoel even lijnrecht tegenover elkaar. Het maakte me ook bang en boos om te merken dat er dan toch ook de hoop is dat iemand om je geeft, terwijl ik uit veiligheidsoverwergingen juist de afstand in het contact preffereer.
Nu ik er zo op terugkijk, hoe het gesprek vanmiddag is geweest, ben ik hierdoor echter zo ontzettend opgelucht. Het is achteraf gezien wel de ultieme test geweest om de relatie cliënt – therapeut weer te herstellen en mij het vertrouwen terug te geven in haar als therapeut, door zelf weer haar stukje afstand en professionaliteit weer op te pakken. En dat heeft Susan heel goed gedaan. Toen pas realiseerde ik me dat ik wel degelijk een stukje vertrouwen kwijt was. Toen ze dit zo vroeg, of ik het vertrouwen kwijt was in haar als therapeut, dacht ik dat dit geen rol speelde. Maar achteraf merkte ik, juist door mijn opluchting dat ze weer gewoon therapeut was, dat dit wel degelijk een rol heeft gespeeld.
Vanmiddag heb ik ook nog wel veel nagedacht over dat hele moeder-stukje. Ik realiseerde me dat zij tere punten raakt door haar rol als ideale moeder. Daarnaast klikt het ook als mens. Maar dat zijn twee dingen die wel wezenlijk van elkaar verschillen en die je niet door elkaar moet gaan halen, want dan wordt de werkrelatie wel heel onveilig. Susan kan nu zo veilig en vertrouwd zijn, juist omdat ze de rol van ideale moeder kan aanhouden en toch een bepaalde mate van professionele afstand heeft. Nu weet ik dat ik in zekere zin geen rekening met haar hoef te houden en dat zij er tijdens onze afspraken onvoorwaardelijk voor me is. Het contact op emotioneel gebied is echt, zoals ze zelf ook heeft uitgelegd. Maar de rest van haar mens-zijn houdt ze op de achtergrond, simpelweg omdat dit bij haar als Susan hoort. Als ze echt mijn moeder zou worden, zou dat nooit op deze manier zijn. Dan is ze de complete Susan met ook haar eigen privéleven. Dat zou nooit hetzelfde zijn als binnen een therapeutische relatie.
Het maakt me heel erg bang dat zij het gemis van een moeder raakt en daarnaast ook iemand is die als mens veel voor me betekend. Dat ik deze pijn, maar ook de hechting nu zelf ga voelen. Dat zijn dingen die ik altijd heb vermeden. Het geeft ergens ook de neiging om dan juist te zeggen ‘misschien kunnen we beter stoppen, want nu wordt het te ingewikkeld’. Om te vluchten, zoals ik vroeger altijd heb gedaan. Maar ik realiseer me nu dat het misschien ook juist iets kan zijn wat ik kan gebruiken binnen de therapie. Binnen een oefenveld. Juist omdat dit een veilige omgeving is met iemand die een zekere mate van vertrouwen heeft. Neemt niet weg dat ik het lastig en vreselijk eng blijf vinden. Ik worstel nog steeds met welke grenzen je nu moet hanteren en welke niet. Hoe dichtbij je mag komen en welke afstand noodzakelijk is. Tot waar je mag oefenen en wanneer de grenzen worden overschreden. Tot waar Susan belangrijk voor me mag zijn en wanneer dit te ver gaat. Want als ik kijk naar afgelopen dagen heb ik me echt zorgen gemaakt om Susan. Om wat ik haar naar mijn gevoel had aangedaan. De onmogelijke positie waar ik haar in had gezet. Ik maakte me zorgen of zij dit wel aan zou kunnen, maar tegelijkertijd realiseerde ik me ook dat ik daarmee de rollen omdraaide. Zij is de therapeut en ik de cliënt. Als cliënt zijnde moet je er van op aan kunnen dat een therapeut voor zichzelf kan zorgen en zo niet, zelf haar hulptroepen inschakelt. Het is niet aan mij om me daar zorgen om te maken.
Als ik zo terugkijk naar het afgelopen weekend en het daaropvolgend gesprek, denk ik dat we er allebei vooral de punten uit hebben gehaald waar we wat van kunnen leren. En hoewel ik het nog steeds heel erg vind hoe het allemaal is gelopen, ben ik wel blij dat Susan nu alles weet. Hier hebben we het ook nog wel even over gehad. Dat ik het fijn vind dat het nu open ligt. Ik heb het destijds zo moeilijk gevonden dat er iets tussen ons in begon te staan wat ik niet kon delen, maar wat ook maakte dat ik niet meer kon werken. Ik kon niet eerlijk zijn en openheid geven, maar we konden ook niet meer verder gaan met de therapie zo lang dit er tussenin bleef staan. Achteraf zei ze me dat ze toen al wel het vermoeden had dat er iets was waar ze te dichtbij kwam. Dat dat de reden was waarom ik destijds ben gestopt. Tegelijkertijd vond ze het daarom ook wel boeiend hoe het afgelopen weekend is verlopen. Er was iets waar ze te dichtbij kwam, wat zo bedreigend was dat ik stopte. Terwijl ze dit weekend uitgebreid kennis heeft gemaakt met de hele reden waarom ik destijds afstand heb genomen. Ze vroeg zich van daaruit ook af of het ook een reden heeft gehad dat ze naar haar toe zijn gegaan. Iets wat ik zelf ook niet weet. Het enige wat ik van Noura weet is dat er eentje naar Verweggistan is gereden en een ander bij de poort wilde schuilen. Dat de reden niet zozeer was om naar Susan toe te gaan. Maar of er indirect ook iets heeft gespeeld in de behoefte dat Susan alles zou weten, dat laat ik in het midden. Daar kan ik niets over zeggen. Het enige wat ik weet is dat het destijds heel belangrijk is geweest dat Susan niets wist. Haar nabijheid werd echt een bedreiging, juist omdat ze te veilig en vertrouwd werd en ik tegenover haar geen schijn meer op kon houden. Ik gaf toe dat ik er zelf ook een actieve rol in heb gehad dat Susan wat betreft het stukje binnen niets te weten zou komen. Susan had eens in de zoveel tijd een telefonisch contact met de DT. Ik stuurde het meestal zo dat ze Marleen zou spreken, omdat ik bij haar de kans minder groot achtte dat ze inhoudelijk iets over binnen zou zeggen dan bij Noura. Bovendien was ik er ook behoorlijk op aan het controleren dat ze hierover inhoudelijk niets zouden delen. Ik was hier heel stellig in, dat ze hier niets over mochten zeggen. In de terugkoppeling deed ik ook altijd nog een dubbelcheck om het zeker te weten.
Afgelopen maandag hebben Noura en Susan tijdens het telefonisch contact nog besproken of het niet een idee zou zijn om danstherapie weer op te pakken. Susan legde me deze vraag ook voor. Of ik weer bij haar verder wilde gaan en zo ja, hoe. Voorheen heb ik bij haar veel nadruk gelegd op het gezonde stuk. Ik wilde vooral de goede dingen bereiken. Ik zou graag samen het haar verder willen werken, maar ik realiseer me ook dat de therapie anders zal worden dan het voorheen was. Nu zal het belangrijk zijn om nog een paar lagen dieper te stappen. Wat enerzijds juist heel goed zou kunnen werken met iemand die ik al zo lang ken, maar wat misschien ook moeilijk zal zijn omdat de manier van werken toch anders zal zijn dan het is geweest. Dat zijn wel dingen waar ik goed over na moet denken. Hoe en op welke manier ik bij Susan verder zou willen. Iets wat ik ook met Noura en Marleen wil gaan bespreken. Daarnaast komt er ook wel een puur praktisch en financieel aspect. Punt één of ik het naast mijn programma op de DT wel kan inpassen, aangezien het me nu allemaal eigenlijk al te veel is. En punt twee of ik het wel kan betalen. Nu ik zelfstandig woon zullen de reiskosten en rekeningen ook volledig voor mij zijn. En hoewel ik het er wel voor over heb, hangt er een flink onvergoed prijskaartje aan individueel danstherapie.
Wat wel fijn is nu Susan alles weet, Noura en Marleen hierin ook open kunnen meedenken. Want ik weet uit ervaring dat Noura, Marleen en Susan goed in staat zijn om samen te werken. Marleen en Noura zouden nu ook goed kunnen coachen wat betreft het stukje binnen. Iets wat ik voorheen heel stellig heb tegengehouden.
Mijn laatste vraag aan Susan was of ze nog wel met mij zou kunnen werken, na alles wat er was gebeurd. Ze vroeg me waarom ze dat niet zou kunnen. Wat mijn idee daarbij was. Ik zei haar dat als ik in haar schoenen zou staan en als therapeut zo uitgegleden zou zijn, ik het denk ik best moeilijk zou vinden om toch op een goede manier het contact met mijn cliënt te herstellen. Maar zij dacht dat ze dit wel kan. Dat ze genoeg vertrouwen heeft in zichzelf om het weer op te pakken.
Ik was blij om dat te horen.
|
|
|
 |
 Huisarts
Life
|
17 Januari 2012 | 19:59:10
 |
Woensdag 11 januari '12
Ik moest vanmorgen om half negen bij de huisarts zijn. We praten een beetje over hoe het gaat. Vraagt de man ‘en hoe is de verhuizing op therapie verlopen?’.
Ik slaak een diepe zucht. Slechte timing voor een verkeerde vraag.
De verhuizing is vlekkeloos verlopen. Geen problemen. Echt, top.
Ik heb hem wel verteld over de impact van de verhuizing en hoe dit weekend is verlopen. De chaos en hoe ik zaterdag door Susan ben thuisgebracht. Ook dat ik al op de weegschaal heb gezien dat ik door dit hele gebeuren ook weer ben afgevallen, waarmee het volgende probleem om de hoek komt kijken. Al met al gaat het even niet heel erg soepeltjes en ben ik nu vooral aan het puinruimen. Ik ben compleet uitgeput, maar ik heb nog overal afspraken staan om dingen op te lossen van wat ik zelf overhoop heb gehaald. Zegt de man nog ‘ik wil je eigenlijk niet nog meer de afspraken in werken, maar eigenlijk wil ik je volgende week wel nog even zien. Gewoon even weten hoe het gaat’.
|
|
|
 |
 Mailwisseling 2#
Danstherapie
|
17 Januari 2012 | 19:11:38
 |
Dinsdag 10 januari '12
Dag Susan,
Omdat ik er eigenlijk best een beetje tegenop zie om morgen te komen, heb ik besloten om eerst het een en ander voor mezelf op papier te zetten. Er zijn een aantal dingen waar ik erg mee worstel, wat uiteindelijk denk ik allemaal draait om de relatie; therapeut/cliënt – Susan/Anybody en alles wat er afgelopen weekend is gebeurd. Het is nooit mijn bedoeling geweest dat dit weekend zo zou verlopen. Er was in mijn omgeving een stapeling van gebeurtenissen en veranderingen die elkaar kort na elkaar opvolgden, wat denk ik heeft gemaakt dat er zo’n paniek is ontstaan. Meestal weet ik mezelf aardig te redden. Je kent me denk ik ook lang genoeg om te weten dat ik niet om elk wissewasje zal bellen. Vrijdag merkte ik dat de regie me door de vingers begon te glijden en ik zag dat ik het niet alleen af kon; alle tips en trucs rondom ‘in het hier en nu blijven’ had ik gebruikt, maar ik kwam er niet doorheen. Ik kon niemand bedenken die voldoende vertrouwd was om hulp te vragen, daarom heb ik jou vrijdag gevraagd om een belafspraak. Ik hoopte dat dit voldoende preventie zou zijn om het weekend door te komen, omdat ik wist dat er in het weekend moeilijk hulp bereikbaar zou zijn. Dat was mijn intentie, maar dit is uiteindelijk niet verlopen zoals ik had gehoopt.
Nadat jij me zaterdag had thuisgebracht vond ik dat ik mezelf een beetje op afstand moest houden om jou ook tijd te gunnen. Ik had je zondag ook nooit willen bellen. Het was uiteindelijk een telefoontje omdat ik ten einde raad was; het ontglipte me allemaal. Er was enorme chaos vanbinnen. Ook veel zelfdestructieve woede. Dit baarde me zorgen, vooral omdat ik er zelf weinig bij kon blijven. De vrouw van het huis was die ochtend onbereikbaar (ander punt is dat ik een beetje bang voor haar ben) en ik was van mening dat mijn huisgenootje dit niet aan zou kunnen. Ik had geen nummer van een crisisdienst en ik had geen idee wie ik anders om hulp moest vragen. Ik hoopte dat jij zou weten wie ik moest bellen, zodat ik jou en de mensen hier in huis verder zou kunnen ontlasten. Ik wist dat ik het eigenlijk niet kon maken om jou zo op zondag te bellen. Het was een noodsprong. Hoe de rest van die zondagmorgen is verlopen weet ik niet. Ik kon me alleen herinneren dat ik jou die ochtend nog heb gesproken.
Door mijn voornemen om mezelf even op afstand te houden na het hele gebeuren, had ik grote twijfels of ik je wel of niet moest laten weten dat het weer oké ging. Enerzijds had ik een stuk onrust gezaaid en die wilde ik wegnemen. Anderzijds wilde ik je ook even ruimte geven omdat ik me realiseerde dat ik je met mijn doen en laten in een moeilijke positie heb neergezet. Je moest kiezen tussen je rol als therapeut en je zorgen als mens. En met dat ik dit zo opschrijf realiseer ik me ook dat het misschien niet aan mij is om dit te benoemen, omdat ik een cliënt ben en niet iemand uit je naaste omgeving. Ik ben zelfs nog een flink stuk jonger. Dat zijn denk ik ook de grenzen waar ik erg mee worstel. Tot waar is ‘mag’ je mens zijn en tot waar ben je therapeut. In hoeverre ben ik de cliënt die een zekere afstand houdt en tot hoe ver mag ik gewoon als Anybody zeggen dat jij als therapeut, maar ook als Susan belangrijk voor me bent? Ik heb de grenzen binnen een relatie tussen therapeut en cliënt altijd als een pitbull bewaakt. Liever grenzen en een beetje extra afstand, dan in de richting van dat dunne lijntje stappen en het contact aangaan. Maar ik ken je nu al zo’n tijd en we zijn samen door toppen en dalen gegaan, dat de relatie anders wordt. Ik heb van jou zo veel geleerd, met name in het contact. Leren vertrouwen en leren om iemand dichtbij te laten komen. Nu jij zo dichtbij bent gekomen, maakt het me in de war. Omdat ik niet meer weet welke grenzen tellen en welke niet. Mijn eigen stelregels binnen het contact, mijn normen en waarden hierin, zijn overhoop gehaald. Maar ook omdat ik merk dat er bij mij dingen zijn veranderd. In eerste instantie was je gewoon therapeut. Nu nog steeds overigens, maar nu ben je voor mij ook een beetje gewoon Susan. Iemand die ik waardeer als mens in hoe ze is. Iemand waar ik veel respect voor heb. Maar ook iemand die ook als voorbeeld dient voor een moeder die ik zelf zo mis. En ik ben slim en zelfstandig genoeg om te weten waar de grenzen liggen. Om te weten dat een therapeutische relatie niet te persoonlijk kan worden, omdat dat ten koste gaat van de veiligheid binnen de samenwerking. Voor beiden. Maar ik denk dat je doordat je zo dichtbij bent gekomen ook tere snaren hebt geraakt die me aan het wankelen brengen. Dat ik nu begin te merken dat ik eigenlijk zo graag een moeder zou willen. Iemand die er voor me is en waar ik me veilig voel.
Juist omdat je therapeut bent en vanuit jouw vak werkt, kun je als voorbeeldmoeder dienen. Dat is ook één van de eerste dingen waar we het in het begin, inmiddels al heel lang geleden, over hebben gehad. Dat jij de rol van ideale moeder op je kon nemen, simpelweg omdat we elkaar maar eens in de week zouden zien. Dan ben je eventjes een voorbeeld van hoe een contact met iemand zou kunnen zijn. Maar dat is altijd in een oefenveld en niet in het echte leven, dus welke regels moet je dan hanteren? Eerst waren de regels voor mezelf duidelijk en overzichtelijk: ieder mens en iedere peut op afstand. Punt. Nu zijn die regels niet meer zo duidelijk en overzichtelijk. Eerst maakte het me alleen maar angstig als mensen dichterbij kwamen. Nu merk ik dat ik het ook gewoon fijn vind om je te zien. En ik denk dat ik ergens, stiekem heel ver weg, ook hoop dat jij het dan ook een beetje fijn vind om mij te zien. Gewoon, om wie ik ben. En die laatste is iets wat ik ontzettend moeilijk vind, want in mijn ogen is dat iets wat grensoverschrijdend is en niet meer binnen een therapeutisch contact past. Ik vind dat het er niet mag zijn. Het maakt me ook bang en boos. Maar toch is het er wel. De hoop dat ik ook een beetje belangrijk ben voor iemand, die ook belangrijk voor mij is.
Eigenlijk ben ik heel erg bang om dit allemaal zo op papier te zetten, want ik laat me hiermee ontzettend in de kaart kijken. Ik weet ook niet of ik er goed aan doe om zo open en eerlijk te zijn. Misschien maak ik het op deze manier juist ingewikkeld, want ergens heb ik het gevoel dat ik op deze manier te veel naast je ga staan, in plaats van de lagere bezetting van de cliënt in te nemen. Dat ik te persoonlijk word. Ik geef in deze eerlijk toe dat ik even niet weet wat wijsheid is. Ik wil mijn aandeel geven in het transparante bespreken en onderzoeken van de relatie therapeut/cliënt – Susan/Anybody, maar ik wil ook volwassen en zelfstandig de gepaste afstand houden die nodig is om op een goede en veilige manier samen te kunnen werken. Want ik ben misschien wel jong, maar ik ben voldoende in staat om mijn eigen autonomie hoog te houden en te weten dat er binnen een therapeutische relatie grenzen zijn. Ik ben ook zoekende naar de juiste positie, dus geef maar sturing. Want daarin heb ik nu wel veel angsten. Dat ik door het gebeuren van afgelopen weekend te ver ben gegaan. Dat ik - ongewild - grenzen heb overschreden en het jou onmogelijk heb gemaakt om nog op een goede manier het therapeut zijn en mens zijn te kunnen scheiden. Dat ik het jou onmogelijk heb gemaakt om nog met mij te kunnen werken.
Ik zet dit alles nu op de mail, simpelweg om de praktische reden dat ik geen printer heb om de boel op papier te zetten. We komen er morgen in gesprek op terug. Dan hoor ik van jou ook graag terug hoe jij er nu in staat en hoe je tegen de hele situatie aankijkt, want ik ben er erg bang en onzeker over.
Groetjes,
Anybody
--------------------------------------------------------------------------------
Dag Anybody,
Dank je wel voor je uitgebreide brief. Je bent helder in je brief en de inhoud ervan verbaasd me niet.
Je raakt hele belangrijke punten en je verwarring is reëel en begrijpelijk.
Morgen nemen we de tijd om er dieper op in te gaan.
Tot dan,
Groetjes Susan
|
|
|
 |
 Therapie week 2 – dinsdag
DT trauma
|
17 Januari 2012 | 19:10:00
 |
Dinsdag 10 januari '12
Na mijn gekke start van de week was het vandaag voor mij de eerste therapiedag. De rest van de groep is gister gestart, dus het voelde al niet helemaal lekker om er op zo’n manier in te rollen. Het was allemaal ook best even wennen. Eerst werden we in het diepe gegooid met een groots afscheid waar iedereen bij aanwezig was. Één van de cliënten ging na drie jaar behandeling, via de kliniek naar de stoel, over naar de dis-eendaagse. Ik vond het nogal een onderneming, zo met vijf groepen en een heel team bij elkaar, op mijn allereerste dag in dit nieuwe gebouw. Drie kwartier lang.
In opdracht van Noura heb ik mijn knuffel meegenomen om mijn eigen binnen deze dag bij te staan. Ik heb ook aandacht besteedt aan de veilige plek en wat er vandaag te verwachten is. Maar dat nam niet weg dat ik zelf ook best een beetje bang was voor vandaag en alles wat zou komen. Zeker na de vermeende opsluiting van donderdag en de rondleiding van gister in het gebouw, wat echt even met de mokerslag naar binnen is gekletterd. Ik geloof dat de overtuiging nog niet helemaal rond was dat het hier daadwerkelijk veilig is. En ik was er op mijn beurt nog niet helemaal van overtuigd of vandaag wel goed zou gaan. Dus de angst voor vandaag op zich was denk ik tweeledig. Ik stapte dan al niet bijster ontspannen de deur binnen. Ik ben ook eerst een paar keer naar binnen en weer naar buiten gestapt, van links naar rechts door de kliniek gehobbeld, om ondertussen nog alle uitgangen te controleren en na te lopen. Maar bij de aanblik van zo’n massa mensen in één ruimte schoot de spanning helemaal richting het plafond.
Tijdens het afscheid heb ik me redelijk gehouden, met mijn tas als verkapte schuilplek voor meneer knuffel in de hand. Ik ben ook maar vlak naast de schuifpui gaan zitten, met onze stippendame aan mijn zijde. Ik kan me niet alles goed herinneren, ik was ook erg ver weg, maar mijn eigen hoofd stond in ieder geval weer enigszins aan het front. En dat vond ik na dit hele weekend al heel wat.
De Socio die volgde was moeilijk. Nieuwe mensen en een kleine groepsruimte. We hebben niet echt een Socio gedraaid, maar vooral stilgestaan bij kennismaken en hoe de veranderingen bij ons teweeg brengen. Ik heb me vooral afzijdig gehouden en mijn best gedaan om er ondanks de angst toch een beetje bij te blijven.
De PMT is één van de weinige dingen die nog relatief hetzelfde is gebleven. Klein verschil is de aanpassing in de groep en de aanvulling van onze KTB-therapeut. Nu zal Marleen niet meer alleen op de groep staan, maar krijgt ze een stukje ondersteuning. Met name omdat Marleen in haar eentje er nooit goed op kon inspelen als iemand gedissocieerd was. Ook in de PMT lag de nadruk op kennismaking. In eerste instantie door middel van het kennismakingsspelletje ‘in de rij!’, zoals we vorige week ook tijdens de startweek hebben gedaan. De eerste vragen waren nog wel prima ‘wie houdt er het meest van sport’ en ‘wie heeft de meeste paar schoenen?’ – waarbij ik ook heb ondervonden dat mijn schoenentic nog helemaal niet zo heel erg de spuigaten uit loopt. Ik hoefde niet eens aan de top te staan, maar mocht ergens halverwege de rij mijn plekje innemen. Ik mag dus met gerust hart nog eens een paar schoenen kopen. De laatste vraag vonden ik en een groepsgenootje die ook een eetprobleem heeft iets minder leuk ‘wie houdt er het meest van eten’. Een groot deel van de groep ging aan de top staan. Twee stonden in het midden en wij stonden met zijn tweeën wat rond te dralen tussen het midden en het einde van de rij. We houden allebei niet van eten, maar dat hoefde nou ook weer niet zo pontificaal in de groep te liggen. Vervolgens benoemd Marleen nog ons heen en weer drentelen met een ‘ik zie dat L. en Anybody nog wat twijfelen waar ze gaan staan’. Toen vond ik het welletjes en zei ik Marleen dat het klaar was.
Terwijl ik Marleen voorzichtig bijbracht dat dit geen onderwerp was om op door te gaan, gebeurde er in de andere zaal iets wat zo’n klap teweeg bracht dat ik meteen uit ging. Uiteindelijk zat ik in de kleedkamers en ben ik na een kort momentje van ‘eigen hoofd hervinden’ weer terug naar de groep gegaan. Zij waren nog bezig met het spel ‘in de rij!’, maar een paar van mijn groepsgenoten konden deze manier van werken echter niet meer verdragen na alle kennismakingsspelen van vorige week. Daarom zijn we uiteindelijk in tweetallen gaan badmintonnen, met om de zoveel tijd een wisseling, zodat je met iedereen een momentje had om al spelend kennis te maken. |
|
|
 |
 Mailwisseling
Danstherapie
|
16 Januari 2012 | 22:14:42
 |
Maandag 9 januari '12
Dag Anybody,
Ik heb Noura gesproken en als het goed is heeft ze je op jou verzoek na ons gesprek nog gebeld.
Na wat (zelf) reflectie zou ik graag een afspraak met je willen maken om het afgelopen bijzondere weekend te evalueren.
Het lijkt me goed om ook onze relatie; therapeut/client - Susan/Anybody met elkaar op transparante wijze te bespreken en te onderzoeken om ervoor te zorgen dat ons contact (voor jou) veilig kan blijven.
Als je daarvoor voelt laat me dat dan weten dan maken we een afspraak.
Groetjes Susan
--------------------------------------------------------------------------------
Bedankt voor je mail, ik zat met dezelfde overwegingen. Ik zou je ook graag willen spreken om alles weer even goed op een rijtje te zetten.
Groetjes,
Anybody
--------------------------------------------------------------------------------
We hebben woensdag om twaalf uur een afspraak gepland om samen te kijken naar afgelopen weekend en wat dit in de werkrelatie heeft gedaan. Ik zie er als een berg tegenop omdat er zo veel is gebeurd. Maar ik denk wel dat het goed is.
|
|
|
|
|
|